ijf

zn. ‘taxus (geslacht Taxus)’
Onl. in de plaatsnamen iberga (letterlijk ‘ijfberg’) ‘Isbergues (Frans-Vlaanderen)’ [1138; Gysseling 1960], Iueta ‘Hijfte (Oost-Vlaanderen)’ [1187; id.]; mnl. ieve ‘taxus’ in daxus ... hiewe hetement in onse tale ‘de taxus noemt men iewe in onze taal’ [1287; CG II, Nat.Bl.D], in een later afschrift van dezelfde tekst uwe [ca. 1375; MNW], in de plaatsnaam Ywehorst ‘IJhorst (Overijssel)’ [1292; van Berkel/Samplonius]; vnnl. ibenboom, yevenhout [1567; WNT], iif, ijf-boom [1599; Kil.], ievenboom, -hout [1599; Kil.], in de 17e eeuw nog vaak de vorm iben(boom).
De moderne vorm ijf is op regelmatige wijze ontwikkeld uit mnl. *iwe, welke laatste vorm alleen in plaatsnamen is geattesteerd. Daarnaast komt al bij Van Maerlant in de 13e eeuw de vorm ieve/iewe voor. Deze is wrsch. ontstaan door volksetymologische verwarring met een geheel ander woord, namelijk mnl. ieve ‘hondsdraf’, oorspr. wrsch. ‘klimop’ (zoals in andere Germaanse talen, bijv. Engels ivy ‘klimop’). Het woord duikt pas weer op in de 16e-eeuwse woordenboeken, als iben- bij Junius en Kiliaan (die dit Hollands/Fries noemt), ieven- bij Kiliaan (die dit Vlaams noemt), en ook ijf- bij Kiliaan; alle in samenstellingen met -boom en/of -hout. De vormen met -b- verraden Duitse invloed.
Mnd. īwe en ohd. īwa (mhd. īwe, ībe, ībar, nhd. Eibe); < pgm. *īwō- (v.); daarnaast uit pgm. *īwa- (m.): oe. īw, ēow (ne. yew); on. ýr (nzw. idegran, met tweede lid gran ‘naaldboom’). Ten slotte ook nog varianten met velaar: ohd. īgo < *īgan-; os. īch; oe. ēoh; < pgm. *īha-.
Verwant met Litouws ieva ‘vogelkers’, Oudpruisisch iuwis ‘taxus’; Russisch íva ‘wilg’; Oudiers eo ‘taxus’ (Gallisch ivo-, Welsh ywen); < pie. *h1eiH-ueh2. Met ablaut ook: Latijn ūva ‘druif’; Grieks oíē, óē, óa ‘lijsterbes’; < pie. *h1oiH-ueh2. De wortel *h1eiH- duidde misschien een bepaalde kleur aan; het is ook denkbaar dat de naam betrekking had op de giftige bessen van de boom.
De standaardtalige aanduiding voor deze boomsoort is taxus. IJf is dus eigenlijk verouderd of gewestelijk, en hetzelfde geldt voor andere varianten, zoals iebenboom en ievenboom. De ijf was een belangrijke boom in de Germaanse mythologie en had als altijdgroene boom net als de kerstboom een grote symbolische waarde.
Categorie: erfwoord