Koppelingen:
Vorig artikel: ANXTVOUDICHEIT
Volgend artikel: APEEL
GTB Woordenboeken: WNT

AP

Woordsoort: znw(m.)

Modern lemma: nap

znw. m., voor Nap, drinkschaal, beker, met weglating der n in den aanvang, als in meer andere woorden plaats had. Zie De Vries' aant. op Hooft's Warenar, bl. 90 vlg.
Drinkschaal, beker.
Of men di ter tafle biet den ap, ne wedersegghe niet: ontfankene ende drinc lettelike, Bouc. v. Sed. 594, Vlaanderen, 1360-1380.
Neem den ap wijns, D. B. Jerem. 25, 15, Holland, 1477;  vgl. ald. 17: Ic ontfinc den nap van des heren hant.