Koppelingen:
Vorig artikel: BOTTE III
Volgend artikel: BOTTE V
GTB Woordenboeken: WNT

BOTTEIV

Woordsoort: znw(v.)

Varianten: but, butte, bud

Modern lemma: botte

(but, butte, bud), znw. vr.
Draagkorf, koffer. Kil. botte, butte, corbis, orca, cophinus.
Om alrehande scoppen, spaden, crodewagen, botten ende desgelijcs toter reyse behoef, Oorl. v. Albr. 239.
Spaden, botten ende crodewagen ende ander reescip, 248.

Noch betailt van bast, van naelden, van gaern ende scyllaken totten botten; van den botten en hout te scepen, enz. 14 sc., Bel. v. L. 333, Holland, 1420.

Van canevetse ten butte, Invent. v. Brugge 3, 24, Vlaanderen, 1384-1407;  vgl. 4, 217 vlg.

Ghecondempneirt te leverne ten voorseiden werke 20 butten al up ghereet, 4, 218, Vlaanderen, 1407-1432.

Van twee yseren, daer de voors. butten ende spaden mede gheteekent ende ghebrand waren, ald.

Ghegheven B. ende C. mandemakers, van dat zi een ghedeel van den voors. butten vermaecten, 4, 219, Vlaanderen, 1407-1432.

Te suverene ende uyt te draghene metten butten ende met beryen alle die vuyllichede, Invent. v. Brugge Gloss. 44b., Vlaanderen

Pypegalen (kruiwagens), bulten (l. butten) ende oosvaten, Invent. v. Brugge 3, 333, Vlaanderen, 1384-1407.