Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: DINCSTAT
Volgend artikel: DINCSTORINGE
GTB Woordenboeken: WNT

DINCSTOEL

Woordsoort: znw(m.)

Varianten: dingstoel, dingestoel

Modern lemma: dingstoel

(dingstoel, dingestoel), znw. m. Mhd. dincstuol; mnd. dinkstôl.
Rechterstoel.
(Hi) dede hem tfel afvillen saen ende deedt opten dinghstoel slaen, daer de rechtre niet en mochte af, so wanneer hi sijn vonnesse gaf, Wrake III, 458, Brabant, 1390?-1410?.
Doe hi (Pilatus) sat over den dincstoel, sende siin wijf te hem, Hs. v. 1348, 107d., Vlaanderen, 1348

Daer hi sat opten dingstoel te rechte, Ruusb. 5, 223; ook 225, Holland, 1461.  Zie nog Oudem. 2, 87.