Koppelingen:
Vorig artikel: FASCEEL
Volgend artikel: FASCEELSTOC
GTB Woordenboeken: WNT

FASCEELHOUT

Woordsoort: znw(o.)

Varianten: faceelhout, fatseelhout, fetseelhout

Modern lemma: fasceelhout

(faceelhout, fatseelhout, fetseelhout), znw. o. Kneppelhout. Kil. fascis lignorum, ligna quernea. Vgl. De Bo 316 op fasceelhout en Taalgids 9, 272, waar het onderscheid tusschen fasceelhout en telhout (talhout) wordt in het licht gesteld. Fasceelhout bestaat uit dikke kneppels; talhout uit dunne houtjes (vgl. de uitdr. mager als een talhout).
Kneppelhout.
Van een 1000 faceelhouts .. 2 st., Inform. 382, Holland, 1514.
So wie coren, hoppe off fatseelhout, rechout, waghenscot vercoept, O. K. v. Rott. 33, 99, Holland, 1408-1414;  zoo ook 34, 99.

Een duizend faceelhout Brabants, aangeh. Taalgids 9, 272, Holland, 1514.

Van 2500 fasselhouts, daer of dat een scoon vier up de maerct ghemaect was, Invent. v. Brugge 6, 65, Vlaanderen, 1468-1497.

Faceelhout van Zedelghem, 6, 345, Vlaanderen, 1468-1497.