Koppelingen:
Vorig artikel: KIPPEN I
Volgend artikel: KIPSTOC
GTB Woordenboeken: WNT

KIPPENII

Woordsoort: ww(zw., trans.)

Modern lemma: kippen

zw. ww. trans. Vangen, grijpen, betrappen. Het woord zal wel een denom. zijn van kippe, kip, d. i. knip (zie kippe), en hetzelfde wezen als ndl. knippen, in een knip of val vangen of lokken. Merkwaardig is, dat het hd. (dial.) kippen de bet. heeft van omslaan of omkantelen en vallen (vgl. ndl. val = knip) en het trans. kippen, doen vallen, omverwerpen.
Vangen, grijpen, betrappen.
Yement te kippen op een rooster (betrappen op het schenden van een hek of rooster om een kerkhof), Leid. Keurb. 183, 75, Holland.
Hij docht hij solse kippen upt nest, Hist. Gen. 4, 692, 551, Holland/Noord-Oost Nederland, 1511-1520  (misschien met eene toespeling op het andere kippen, d. i. broeden).
Aanm.
Over de andere, jongere opvattingen van kippen, zie de Wdbb. van Oudemans, Grimm, Franck, Vercoullie, Van Dale, De Bo en Schuermans.