Koppelingen:
Vorig artikel: LATTE
Volgend artikel: LATTERNE
GTB Woordenboeken: WNT

LATTEN

Woordsoort: ww(zw., trans.)

Modern lemma: latten

zw. ww. trans. Mnd. latten; hd. latten; dial. ook lattnen, lattern, lottern (Grimm 6, 280). Van latten voorzien, vooral een dak. Vgl. fra. latter en mlat. latare bij Duc. “latas seu minutiores asseres ponere”, alwaar ook aangehaald wordt ofra. lateur de maisons, d. i. dekker.
Van latten voorzien, vooral een dak.
Michiel den timmerman van den stalle te lattene, te solrene .. ende al timmerwerc op te redene, Rek. d. Gr. 1, 62, Holland, 1317.
Meester Jan van der houten wairderobbe te verdecken van nuwes …; om miere joncvrouwen camer te doen latten, 19 vuyren sparre, 2, 54, Holland, 1343-1344.

Van den huse … te latten, te dekken ende te luten (?), Rek. v. Oudwijk v. 1408, Holland.