Koppelingen:
Vorig artikel: LEIDEMAN
Volgend artikel: LEIDEN II
GTB Woordenboeken: ONW, WNT

LEIDENI

Woordsoort: ww(zw., trans., refl.)

Varianten: leden, leeden

Modern lemma: leiden

(leden, leeden), zw. ww. trans. en wederk. Mnd. leiden, leden; ohd. mhd. hd. leiten; osa. lêdjan; ags. lœdan; eng. lead; ndl. leiden. Het caus. van liden, gaan, dat in het got. *laidjan zou luiden. Leiden is dus eig. doen gaan. Vgl. Boëth. 110b: “het doet quaet oude honden in bande leeden , met Limb. IV, 327: “het es pine … den ouden hont doen gaen in bande.” Waarschijnlijk heeft leiden ook de bet. gehad van laten gaan, laten loopen, laten passeeren (vgl. bij 6). Zie daarover bij Aanm. 3). Als verl. deelw. komt eene enkele maal *leit (leet) voor naast geleit (geleet); zoo b.v. OVl. Ged. 1, 78, 399: “alle dinc dat hem laten doet … daer hi ten sonden met worde leet.” In de latere Middeleeuwen komt naast leden (leiden) een samengetrokken vorm leën voor, b.v. O. H. Pass. 19, 468: “doe Pylatus hoorde dat Jhesus was van Galileën, liet hine tot Herodes leën.”.
+I.  Trans.
Aanm. 1) — Leiden in den zin van behandelen (= mnl. voeren), komt misschien voor in de uitdr. dorperlike leiden (Lanc. II, 32421; Troyen 6508), doch leiden kan daar ook verklaard worden als kwaaddoen. Vgl. bij leden (3, 234).
Aanm. 2) — Wal. 832, Vlaanderen, 1350: “hi scaemde hem dat menne sach ondect sijn sone leddene harentare”  , leze men “dat men sach ondect sijn scone lede.” Vgl. vs. 593 vlg. en Wal. dl. 2, bl. 210.
Aanm. 3) — Niet duidelijk is de ww. vorm leid, Christ. 115: “de gene die in latine bescreef haer leven .., hi seght dat hi getughen niet min en hadde te getughene, dan in de stat van Sintruden waren liede …, ya in den menechten dat si dede: dat leid hi, die dit maecte, daer mede.” De bedoeling is waarschijnlijk: “dat laet hij daer zoo meê blijven, hij zegt er niets meer van” (t. a. p. bl. 68). Men zal op deze plaats leid wel moeten verklaren als een vorm van leiden, in den zin van laten gaan, laten loopen, laten passeeren. Vgl. boven aan het begin.
+II.  Wederk.