Koppelingen:
Vorig artikel: MATE I
Volgend artikel: MATE III
GTB Woordenboeken: WNT

MATEII

Woordsoort: znw(v.)

Modern lemma: made, maad

znw. vr. Een in de zuidoostelijke tongvallen voorkomend woord, in bet. overeenkomende met made; z. ald. en vgl. mhd. mata, matta; ohd. matoscrëch. Kil. geeft matte, madte, Ger. Sax. Sicamb. Fris. pratum. Teuth. mate, weyde, verw. naar bend (*bemd, beemd); hooybemde, mate, weze, verw. naar bende (*bemde, beemd). Naast madeliefje heeft Kil. den vorm maetelieve, maetebloeme, flos bellidis, bellis, doch de bet. van het eerste deel van dit woord staat niet vast. De onderlinge verhouding der vormen met d en t is niet duidelijk, ook is het niet zeker, dat de vormen met t door overneming uit het Hd. in onze taal gekomen zijn. Zie Stallaert 2, 192 op mate en matengoet (hetzelfde als made, weide, beemd).
Weide, beemd.