Koppelingen:
Vorig artikel: NEDERHELPEN
Volgend artikel: NEDERHOOFT
GTB Woordenboeken: WNT

NEDERHOF

Woordsoort: znw(o., m.)

Modern lemma: neerhof

(in jongeren vorm ook neerhof), znw. o. en m. Hd. niederhof. Hetzelfde als ofra. bassecour(t), waarvan het, daar het woord in de vroegere germ. talen ontbreekt, waarschijnlijk eene navolging is. Doch het kan ook onafhankelijk van het Fransch zijne beteekenis hebben ontwikkeld.
Het bij een middeleeuwsch kasteel behoorende erf met al de daarop staande bijgebouwen. Nu eens komt de beteekenis erf, open ruimte, dan weder die van de bijgebouwen meer op den voorgrond. Zoo ook in het vroegere Fransch; zie eene plaats uit Froissart, bij Littré. Kil. nederhof, colonia et cohors, cors et villa s. hortus praetorii, villa rustica. Vgl. Stallaert 2, 230.
Henric de timmerman heeft mi belooft te makene mijn casteel, de zale (het hoofdgebouw) ende tnederhof met II scueren, Livre d. Mest. 30, Vlaanderen, 1350-1400  (fra. le sale et le bassecourt avoec deus granges).
(Si) quamen … naer tgoet vanden ghevluchten Woutere van Heusden, ghenaemt sheer-Boudewijnschburch …, aldaer zy tgheele neerhof ende die schuere verbarnden, Despars 4, 467, Vlaanderen/Brabant, 1837-1840.

Ten casteele van Varssenare … stellende daer … tnederhof metter brauwerie in gloeyen, 468, Vlaanderen/Brabant, 1837-1840.

Daer wert groote blijtschap ghemaect … ende daer was gemaect een neerhof met twee dueren, ende men gaffer te drincken al die daer ghingen ende quamen, Exc. Cron. 305c., Vlaanderen/Brabant, 1530

Haer steenhuys int dorp te Cruninghe metter hofstede, metter graft ende metten nederhove, also alse dat betimmert es, Mieris 2, 313a (a. 1323), Holland/Vlaanderen, 1299-1356.

Wilc steenhuys, hofsteden, graften, nederhof, ambocht, erve ende hofsteden int dorp voirsz., ald., 1753-1756