Koppelingen:
Vorig artikel: OOFT I
Volgend artikel: OOFTBOOM
GTB Woordenboeken: ONW, WNT

OOFTII

Woordsoort: znw(o.)

Varianten: ovet, avet, aift

Modern lemma: ooft

(ovet; in oostmnl. ook avet, aift), znw. o. Mnd. ovet, avet; mhd. obez; ohd. opaz, obaz; ags. ofet; hd. obst; ndl. ooft (Ndl. Wdb. 10, 2243). Zie verder de wdbb. van Kluge en Franck.
Ooft, boomooft, boomvruchten, vooral appelen en peren. Teuth. aift, vrucht, fructus. Kil. ooft j. oeft, poma. Plant. oeft, als appelen, peren, vijgen, etc., pomum; allerley oeft dat herde schalen heeft, comme noix, amandes etc., acrodrya.
Een cleyn ghicht als ooft ter tafelen, collibium, Voc. Cop., Brabant, 1483
Van aift off vruchte snoode gaven, traiemada (= gri. tragèmata), Teuth.

Die ierste taiffel of gericht heit van vleisch; die ander van vruchte ind aifte, ald.

Emants den anderen dat syne ontfeerdichde .. torf, ooft (of) enygerhande guet, Racer 6, 97, Noord-Oost Nederland, 1383-?.

Dat ghi van alden oofte ghemeene nutten zoud dan (behalve) van enen alleene, Rijmb. 621, Vlaanderen, 1321.

Oic en sal niemant enich aeft noch cleine koeken vercopen op den vischmart, Stadr. v. Kampen 56, Noord-Oost Nederland, 1454-1473.
Aanm.
Inform. 324 en 334 (“van de vijf maten van zout, calck, coolen, runde ende oest es gecommen … 324 ”) zou oest, gelijk in het gloss. staat, eene drukfout kunnen zijn voor oeft (vgl. bij ooftmate). Doch dan zou dezelfde drukfout tweemaal voorkomen, hetgeen minder waarschijnlijk is. Daar nu bij Stallaert op oochst verbonden voorkomen “fruyt ofte oeghst” en oestboomgaert in de bet. ooftboomgaert (a. 1461), zoo zal men moeten aannemen, dat oochst (oest) zijne beteekenis tot een zinverwant van ooft heeft ontwikkeld.