Koppelingen:
Vorig artikel: PALMDACH
Volgend artikel: PALME II
GTB Woordenboeken: ONW, WNT

PALMEI

Woordsoort: znw(%v., %m.)

Varianten: palm, pallem

Modern lemma: palm

(palm, pallem), znw. vr. (in de bet. 1, of den vorm palme) en m. (in de bet. 2, of den vorm palm). Mnd. palme, palm; mhd. palme, palm e. a. (m., vr. en o.); hd. palme; ndl. palm, m. en vr.; ohd. osa. palma. Van lat. palma. Het woord is niet met andere woorden op tuinbouw betrekkelijk rechtstreeks aan het Latijn als gesproken taal ontleend, maar door den invloed van het Latijn als kerktaal in gebruik gekomen: dat het niet in den oudsten tijd is overgenomen, bewijst hd. p (niet pf). Zie verder de Wdbb. van Kluge en Franck.
1.  Palmboom, palm. Voc. Cop. de palme, palma (arbor). Plant. palm, palmboom, palme, dadier, palma; de vrucht van palmen, dadel, dactylus, palma.
Wie onwille can wederstaen, met rechte draecht hi der palmen rijs, Denkm. 3, 122, 35, Vlaanderen, 1350-1420  (het zinnebeeld van vrede; vgl. 2).
In Sychi so hebbe ic vonden Pachomius .... bi eere palmen, daer hi sat, Sp. III 3, 30, 11, Vlaanderen, 1301-1325.

Ene stede … daer XII fonteynen in waren ende LXX palmen, Rijmb. 4294, Vlaanderen, 1321  (lat. LXX palmae); ook 4301 (die palmen bedieden … LXX jongers, die onse Here … utesande ende pais bootscepeden achter lande).

Van IIII houten was dat cruce …, van cedren, van palmen, van oliven ende van cypresse, 26460, Vlaanderen, 1321  (een door den uitgever David aangenomen bnw. palmen heeft niet bestaan).

Thans sprac die palm, Hs. Cyrill. 62v, Holland, 1465-1485  (elders in dezelfde fabel palmboom).
+2.  Palmtak. Vgl. palmrijs en palmtelch.
Alsemen ghemaect siet (in een steen) enen man, een palme in sijn hant, … hi ghevet sinen draghere seghe, Nat. Bl. XII, 1211, Holland, 1351-1375.
Een corvekijn van palmen, reine ende fijn, ende daer in waren v broot, Sp. III 4, 30, 31, Vlaanderen, 1301-1325.  Vgl. palme, 2de Art.