Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: SCHEPENSOENE
Volgend artikel: SCHEPENTALE
GTB Woordenboeken: WNT

SCHEPENSTOEL

Woordsoort: znw(m.)

Varianten: scepenstoel, scepenenstoel, schepenstoil

Modern lemma: schepenstoel

(scepen-, scepenen-, -stoil), znw. m. Mhd. scheffenstuol; mnd. schepenstôl; hd. schöffenstul (verouderd).
+1.  Zetel van den schepen. Vgl. schepenbanc. Teuth. schepenstoil, sedes scabinalis.
2.  Schepenbank, zoowel in den zin van het college van schepenen als het ambt of de bediening van schepen.
Den here van Gelre ende van Gulich … dat lant van Kuyck … te hebben ende te behelden mit scepenen, scepenstoelen, mit den gemeynen luden ende ondersaten dair ynne geseten, … mit kirken enz., Nijh. 3, 231 (a. 1400), Noord-Oost Nederland.
Die verkiesinghe des scepenstoels, Gew. v. St. Truyen 7, 13, Limburg, 1530.

Enich man der einen schepenstoel verspreken (aanklagen, onkundig verklaren) wylt, der moet op den staende voet ein beeter leeren sonder … van der banck te gaen, Publ. Limb. 16, 193  (Limb. Wijsd. 166, te Valkenburg).

In den gherechte moet hi (eenvri scepenbaerman) ooc antwoorden daer sijn hantghemael leghet binnen, hevet hi scepenen stoel daer, ende is hi ooc daer dincplichtich, Sassensp. 1, 89, 159, Holland, 1401-1410  (var. scepenstoel; vgl. bij 1°, en zie 2, 153: hevet hi ooc enen scepenen stoel, is hij schepen; en ald. “hantghemael is dat gherichte daer hi een scepen is”).

Die des scepenes stoeles (2, 153: den scepenen stoel) ooc niet en hevet (geen schepen is), die sal des hoghen rechters dinc zoeken so waer hi woonhaft is, ald.

So sijn noch comen voir my, R. scoutheit …, L., D. ende H., ende tuechden op horen eeden dat sij alsulken saken ende punten in horen schepenstoel (toen zij schepenen waren, onder hun schepenschap) … gezien ende gehoort hadden, Oork. v. Helmond 83 (a. 1407), Brabant, ?-1700.
3.  Het gebied van eene schepenbank.
Elck der voors. scepenen sal gheholden sijn in den voors. scepenstoel oft vryheit der voors. stadt … te resideren, ende oft hy des nyet en doet ende een tijt van eenen halven jare absent ware, sal hy van dan voort berooft sijn sijns scepensstoels (bet. 2) ende den selven scepenstoel (bet. 1) sal ledich … ter dispositiën (sijn) … der geenre enz., Gew. v. St. Truyen 50, 49, Limburg, 1530  (vgl. schependoem, 2).