Koppelingen:
Vorig artikel: SNABBEN
Volgend artikel: SNADER

SNADE

Woordsoort: znw(v.)

Modern lemma: snade

znw. vr. Verkeerde lezing voor swade (suade), naam van het kromme hout aan eene zeis; ook zeis. Zie swade en vgl. Lübben en Kil.
Naam van het kromme hout aan eene zeis; ook zeis.
Aanm. — Ook in Keurb. v. Diest 18 staat een onverstaanbaar snaede, dat wel op misverstand zal berusten: “Die enegherande stroo ocht vuerte leeght bi naste och bi snaede, daer en si en want tusschen ende een half mudde waters bi, hi saels ghelden v s.” (ook eene var. heeft snade). Nast beteekent “droogoven”; misschien moet voor snaede gelezen worden smede, indien nl. dit woord mag aangenomen worden in de bet. smederij, smidse; zie smede.