Koppelingen:
Vorig artikel: TEEMSEN
Volgend artikel: TEEN II
GTB Woordenboeken: WNT

TEENI

Woordsoort: znw(m., v.)

Varianten: tien, thien, tene

Modern lemma: teen

(tien, thien), znw. m. of vr.; ook tene, znw. vr. Mnd. ndd. tên; ohd. mhd. zein; ags. tân; got. tains; ndl. teen. Zie verder de Wdbb. Een ander woord tene, dat in klank met mnl. tene overeenkomt, is ohd. zeina; mhd. zeine; hd. dial. zeine; got. tainjo, doch dit beteekent mand, korf (het van teenen gevlochtene; zie Kluge op zeine).
Teen, wilgentak (zie wilgenroede), buigzame tak; ook als verzamelwoord teenen. Teuth. teene, weede, verw. naar roedekijn; dair teenen off weeden wassen, viminetum; eyne tene off weede s. swaeck (buigzaam) ruedeken groen, vimen; wede, tene, stroe off bant dayr men den wijngart myt opbyndt, vitiligo; eyn cleyn scheepken myt tenen betuynt, carabus; eyn wijngarts layde eynjairich off weede off teene die besteyt to dorren, malleolus; roideken, gerdken, thene weede, virgula, vimen. Kil. teen, teene, vimen; teen j. bandroede, vitile, lentum vimen; teenbosch, virgetum, salicetum. Plant. teen, twijch oft wisse, osier, vimen; plaetse daer teenen wassen, oseraye, salicetum, viminetum.
Om teen ende latten aen die berck ende wijngaert V crom., Jacobik. 237 (a. 1486), Holland, 1450-1500.
Niemandt en moet thienen in die delf noch in die vest wateren (in het water leggen) …, ten wair off yemandt enyge plancken off ander hout hadde dat hij verwercken woude, dat mach men XIIII dagen wateren, O. K. v. Delft I , 30, 14, Holland, 1545.