Koppelingen:
Vorig artikel: UTEGANINGE
Volgend artikel: UTEGANKELIJC
GTB Woordenboeken: ONW, WNT

UTEGANC

Woordsoort: znw(m., o.)

Varianten: uutganc, uytganc, utegang

Modern lemma: uitgang

(uut-, uyt-, -gang), znw. m. en o. Mnd. ûtgank; mhd. ûzgang; hd. ausgang; ndl. uitgang.
+1.  Het gaan uit iets, uitgang, uittocht; ook het uitgaan, het naar buiten komen. Voc. Cop. wtganc, egressus; wtganc (vel Moyses bouc), Exodus; uteganc, secessus. Teuth. uytganck, exitus, egressus. Kil. wtganck, exitus, egressus. Plant. wtganck, issue, saillie, sortie, egressio vel exitus, egressus.
Merrensi (de bijen) te vele inden uutganghe (met het uitgaan uit de korf; met er op uit, aan het werk te gaan), si bitense doot zonder ghenaden, Nat. Bl. VII, 116, Holland, 1351-1375.
Die haren heer of steden verraden salmen halsen ende na quarti(e)ren … ende die quartiren heften anden poirten dair meest uutganck(t)s ende inganck(t)s is (waar de meeste menschen uit- en ingaan, het drukste verkeer is), anderen tot enen exempel, Matthijsz 207, Vlaanderen/Holland, 1401-1500.

Wat dienstknapen off dienstjoncwiven off snode gezellen gaen op die strate na wachter wtganc (nadat de nachtwaker zijn tocht heeft begonnen, er op uit gegaan is), verbueren XV sc. off hoir overste cleet, O. K. v. Rott. 19, 36, Holland, 1408-1414.

Soo sal nyemant stocken (l. stooken) nae des wachters uytganc of smorgens eer den dach geblasen is, O. Vaderl. R. 2, 91, 43, Holland.

Sij ghinghen alle in ordynancie uutwairt ende tvolk van wapene after an hem, twelke een heerlick dinck was, an te sien dien uutganck, Froissart 1, 176, Holland, 1470.

Jacob Z. lach te gisele jeghen Dankerd T., sodat Jan B. versochte an beeden parthien omme eene vriendelike vrede ende (h)uutganc (verlof of toestemming om uit de gijzeling te gaan), R. v. Aardenb. 273, 73, Vlaanderen, 1301-1350.

Die scouteete consenteerde up die verde I uutganc, so dat Jacob Z. up tvorseide consent uutghinc, ald.  ; zoo ook 274, 73.

Wairt dat yemant van den susteren hoiren inganc ende uutganc in den convente dagelix gebruken woude (vrij wilde in- en uitgaan uit het klooster) sonder oirloff hoirre meystersse, Gonnet, Zijlkl. 15 (a. 1407), Holland.

Want ghi wel weet dattet casteel al omme besloten is ende gheen mensche daer toecomen hebben mach noch inganck of wtganck (geen gelegenheid of ook geene plaats (zie bij 5) om er in te komen) dan die poorte, daer ghi die slotele selve of hebbet, Seven Wisen Volksb. 60r., 1479

Also groot ende alsoo starc is die cracht der waerachtigher goeder scoonre minnen, dat si niet alleen enghelen ende menschen wt haer eyghenre naturen doet gaen ende in Gode opclimmen, mer Gode selve, die ghenen wiganc en heeft (niet uit zich zelf gaan kan), doet si recht wt hem selven gaen, als si hem mitten creaturen, die sinen wesen harde onghelijc sijn, verenighet, Stemmen 161, Holland, 1350-1450.

— Wairt dat saick dat yemant zijn neeringhe jair ende dach gelaten hadde, die salt mogen houden mit een stoter sjaers tot misgelt, ende wair dat saicke datter yemant ware die nyet en wilde commen eten mitten gemeenen ghildebroederen ende ghildezusteren noch zijn misgelt nyet betalen en wilde, die sal gehouden wesen te betalen voir synen uuytganck vier scell. gr. tot des outaers behouff, Keurb. v. Haarl. 143 vlg., Holland  (de bet. zal hier wel zijn het weggaan of wegblijven; zie de volgende opvatting).
2.  Ook in de bepaalde beteekenis uitval, van gewapenden.
Sodat alle lude van voirdele (uitstekende) waren die dairbinnen lagen, die menygen schonen uutganck deden int heer …, daerbij sij die uuten heere menygen groten scade deden, Froissart 1, 205, Holland, 1470  (fra. Gloss. ald. de belles issues).
+3.  Einde, uiteinde.
4.  Uitkomst van eene rekening. Vgl. utecomen.
Als si ter rekeninghen (verantwoording) moeten comen, dat hoor reces (varr. recept ende ontfanc, hoor uutganc) ghelooft mach werden, Con. Som.2 332, 206, 1437  (hier in figuurlijk verband).
+5.  Als naam voor eene plaats.
+6.  Uitweg, een weg om te ontsnappen aan een gevaar.
Aldus so heeft die coninc van zijn ridderscap vijf wtgange (op het schaakbord), Schaecsp.2 20, Holland, 1401-1410.
7.  Afstand van iets. Vgl. utegaen, A, 2). Zoo ook mnd. (“verzichtleistung” bij Lübben u. Walther).
Dat sie echte kinderen sinnen gewest tot Otto H., ende Otto bestorven is, ende die kindern des guedes gheen uthganck gedaen (hebben) mit stockleggen (z. ald.), als lantrecht is, so wisen wij den vorss. kinderen in hoors vaders part ende andeel, Etst. v. Dr. 215, Noord-Oost Nederland, 1571.
(Eene rechtsquaestie) beruerende bepaelinge ende uthganck mijns heren van Utrecht … ende den heren van R., 212, Noord-Oost Nederland, 1571.