Koppelingen:
Vorig artikel: wuorhenna
Volgend artikel: wuosti II

wuostiI

Woordsoort: znw., v.

Modern lemma: woeste

Oudste attestatie: 1100

Frequentie: totaal: 2, appellatieven: 2

Etymologie: Cognaten: Oudhoogduits  wuostī  ‘woestijn, woestenij, verlaten streek’.

Morfologie: afleiding, basiswoord (adjectief): wuosti ‘leeg, woest, verlaten’; suffix: i ‘vormt abstracta’.

Aangetroffen spelling: Sanders (1974: 253) verklaart de vorm woste als een combinatie van uu- (= w-) met -uo-, waarvoor de bewerker woste schreef, hoewel er wuosti had moeten staan.

Flexie:  datief singularis  woste  (1)
accusatief singularis  woste  (1)
1. Woestenij, woestijn.
Wer is thiusa, thiu thar uph ferit thurgh thie woste also eyn cleyna riuchgerda uone mirron ande uone wiroche ande uone themo stubbe alleroslaghto pimenton?  Wie is zij, die optrekt door de woestijn als een klein reukbundeltje van mirre en van wierook en van de poeder van allerlei kruiden?   LW 050,02 Egmond, Holland, ca. 1100.  Schützeichel/Meineke 2001: uûoste; Lähnemann/Rupp 2004: wûoste.
Wer is thiusa, thiu tha uph ferit uone thero woste, wolelusten ouerfluoiende ande sich neigande ouer minen drut?  Wie is zij, die optrekt vanuit de woestijn, overvloeiend van beminnelijkheid en zich neerbuigend over mijn geliefde?   LW 135,02 Egmond, Holland, ca. 1100.  Schützeichel/Meineke 2001: wuôste; Lähnemann/Rupp 2004: wuôste.
Literatuur:
Sanders 1974 253