Koppelingen:
Vorig artikel: thurowonon
Volgend artikel: thurst
GTB Woordenboeken:
WNT: dor (II), Afl.

thurritha

Woordsoort: znw., v.

Modern lemma: dorte

Oudste attestatie: 901-1000

Frequentie: totaal: 1, appellatieven: 1

Etymologie: Vgl. onl. thurst en therren.

Morfologie: afleiding, basiswoord (adjectief): thurri ‘dor, droog’; suffix: itha ‘vormt abstracta’.

Flexie:  datief singularis  thurrithon  (1)

Overige historische woordenboeken: WNT: dorte s.v. dor (II), Afl.

1. Droogte, dorheid; (metononymisch:) droge plaats.
Thie kierit seo an thurrithon, an fluode ouirlithon solun mit fuoti.  (Hij) die zee verandert in droogte, bij de rivier zullen zij te voet oversteken. Daar zullen wij ons in hem verheugen.   WPs (hs. I) 065,06 Zuid-Nederrijn, Nederrijn, 901-1000 (kopie 1701-1800). Vulgaat: Qui convertit mare in aridam; in flumine pertransibunt pede.
Literatuur:
De Grauwe 1982a 311