Koppelingen:
Vorig artikel: sia I
Volgend artikel: sian
GTB Woordenboeken:
VMNW: si (III) (pers.vnw.),
MNW: si (I) (pers.vnw.),
WNT: zij (I) (pers.vnw.)

siaII

Woordsoort: vnw., 3e, mv., pers.

Modern lemma: zij

Oudste attestatie: 791-800

Frequentie: totaal: 532, appellatieven: 532

Morfologie: ongeleed.

Afleidingen: hiro (II)

Aangetroffen spelling: In de vorm hires is aan de oorspronkelijke genitiefvorm hiro een extra genitief-s toegevoegd, wat gezien kan worden als een stap in de overgang van de genitief van het persoonlijk voornaamwoord naar het bezittelijk voornaamwoord (Sanders 1974: 216-217).

Flexie:  nominatief pluralis  se  (58, MR), si  (2, MR), sia  (19, WP), sie  (210, WP, LW, MR), siu  (1, LW)
genitief pluralis  ere  (8, MR), her  (1, LW), hero  (2, LW), hira  (4, Utrechtse doopgelofte, LW, Groningse psalmglossen ), hires  (1, LW, vgl. Sanders 1974: 216-217), hiro  (47, LW), ire  (20, MR), iro  (55, WP)
datief pluralis  him  (5, Groningse psalmglossen, LW), himo  (1, LW), hin  (8, LW), im  (8, WP), im (hs. mi, Q)  (1, WP), imi (l. im, DG/Q)  (1, WP), in  (23, MR), iro  (1, WP), mi (l. im)  (1, WP)
accusatief pluralis  hin  (1, LW), se  (6, LW, MR), si  (7, WP, MR), sia  (19, WP), sie  (27, LW)

Overige historische woordenboeken: VMNW: si (III) (pers.vnw.), MNW: si (I) (pers.vnw.), WNT: zij (I) (pers.vnw.)

Commentaar: Bij het weergeven van de vindplaatsen in het betekenisprofiel heeft reductie plaatsgevonden.

+1. Zij, ze. In de verbogen vormen: hen, hun.
ec forsacho (...) thunaer ende uuoden (er staat en deuuoden) ende saxnote ende allvm them unholdum the hira genotas sint.  Ik zweer af (...) Donar en Wodan en Saxnoot en alle kwaadwilligen die hun metgezellen zijn.   Utrechtse doopbelofte CG 026,18 Utrecht, Holland, 791-800.
Ecco sia sundiga in thionda an uueroldi hatton ricduom.  Zie, zij zondaars en zij die gedijen in de wereld, hadden rijkdom.   WPs (hs. I) 072,12 Zuid-Nederrijn, Nederrijn, 901-1000 (kopie 1701-1800). Vulgaat: Ecce ipsi peccatores et abundantes in saeculo obtinuerunt divitias.
Sie sint ouch zuinele.  Zij zijn ook tweelingen.   LW 059,16 Egmond, Holland, ca. 1100.
eorum hira.  Van hen.   Groningse psalmglossen CG 135,17 Groningen, Noord-Oost Nederland, 1151-1175. Vulgaat: da illis secundum opera ipsorum et secundum nequitiam adinventionum ipsorum secundum opera manuum eorum tribue illis redde retributionem eorum ipsis (Ps. 27:4).  De Groningse psalmglossen worden tot het Oudfries gerekend.
Sie azzen vil manigen dach thaz strô unde thaz chahf.  Ze aten op zeer veel dagen het stro en het kaf.   Mfr.Reimb. B, r. 575 Werden, Essen?, Noord-Oost Nederland, 1151-1200.
+2. Ingedeeld naar naamval.
Literatuur:
Quak en Van der Horst 2002 43-44
Sanders 1974 206-209, 216-217
Wells 2004 62