Koppelingen:
Vorig artikel: hengen
Volgend artikel: hengi II, heginingi
GTB Woordenboeken:
VMNW: hanghe (znw.v.),
MNW: hanc (znw.m.),
WNT: hang (znw.m.,o.)

hengiI, hanga

Woordsoort: znw.

Modern lemma: hang, Hingis, Hingene

Oudste attestatie: 801-900

Frequentie: totaal: 12, toponiemen: 12

Etymologie: Cognaten: Oudengels  hencg  ‘steile plek’.

Morfologie: afleiding, basiswoord (werkwoord): hangan ‘hangen’; suffix: i ‘vormt locatieven’. Door werking van de i-umlaut is het woord samengevallen met onl. hengi 'omheining'. Het is niet altijd mogelijk te onderscheiden tussen deze beide woorden.

Aangetroffen spelling: Gezien de eenmaal overgeleverde vorm hanc- moet er ook een variant zonder umlautsfactor hebben bestaan.

Flexie:  in Latijnse context  hingeen (l. hingene ?, red.)  (1), hingen  (1), hinges  (1, geromaniseerd), hingis  (3, geromaniseerd)
als deel van een toponiem  hanc-  (1), heng-  (1, onzeker), henge-  (3), hing-  (1)

Overige historische woordenboeken: VMNW: hanghe (znw.v.), MNW: hanc (znw.m.), WNT: hang (znw.m.,o.)

+1. Helling. In het Oudnederlands alleen als toponymisch element overgeleverd.
+Als zelfstandig toponiem
+Als eerste deel van een toponiem
Literatuur:
Smith 1956 I 243