Koppelingen:
Vorig artikel: ōra
Volgend artikel: ortbōm
GTB Woordenboeken:
VMNW: ort, oort (znw.m.,o.),
MNW: ort (I) (znw.m.,o.),
WNT: oord (I) (znw.o.,m.)

ort

Woordsoort: znw.

Modern lemma: oord, Oord

Oudste attestatie: 1091-1100

Frequentie: totaal: 13, toponiemen: 13

Etymologie: Cognaten: Oudfries  ord  ‘speerpunt; plaats’.

Morfologie: ongeleed.

Flexie:  in Latijnse context  horda  (1), orde  (1), ort  (1), orthen  (1)
als deel van een toponiem  ord-  (3), -ord  (1), orde-  (3), orth-  (2)

Overige historische woordenboeken: VMNW: ort, oort (znw.m.,o.), MNW: ort (I) (znw.m.,o.), WNT: oord (I) (znw.o.,m.)

+1. Uitstekende punt, hoek; spitse landtong. In het Oudnederlands alleen als toponymisch element overgeleverd. Het toponiem Orthen, plaats bij Den Bosch, prov. Noord-Brabant, hoort hier niet bij, vgl. Van Berkel/Samplonius 2006: 344.
+Als zelfstandig toponiem
+Als eerste deel van een toponiem
+Als laatste deel van een toponiem
Literatuur:
Van Berkel/Samplonius 2006 344