Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: heltha
Volgend artikel: hēm II
GTB Woordenboeken:
MNW: heem (znw.o.),
WNT: heem (znw.o.,m.), heim (I) (znw.o.)

hēmI

Woordsoort: znw., v.

Modern lemma: heem, Heem

Oudste attestatie: 507-800

Frequentie: totaal: 2222, appellatieven: 3, toponiemen: 2219

Etymologie: Dit woord is ook overgeleverd in de Lex Salica in de betekenis 2. Zie voor de etymologie, betekenis en citaten het Lex Salica-artikel hieronder. Zie voor de toponiemen ook Debrabandere e.a. 2010: 99. Cognaten: Oudhoogduits  heima.

Morfologie: ongeleed.

Afleidingen: hēmitha

Samenstellingen met het trefwoord als linkerlid: hēmgart, hēmrāt, hēmsuoken

Aangetroffen spelling: Vanwege de hoge frequentie wordt geen opgave van spelling- en flexievormen verstrekt. De vorm -heim in sommige toponiemen berust veelal op Hoogduitse invloed. De vormen in de Lex Salica luiden: fal.cham en franchamo.

Overige historische woordenboeken: MNW: heem (znw.o.), WNT: heem (znw.o.,m.), heim (I) (znw.o.)

Commentaar: Omdat er zeer veel toponiemen met dit element zijn, met name met hēm als laatste element, is gekozen voor een verkorte behandeling van deze namen. Zie hiervoor bij de laatste sectie van dit artikel: Toponymisch element - als laatste deel van een toponiem.

1. Woning, huis, hoeve.
Leuild et vviuin sorores metas xii tali uocabulo hem atque vverf.     VMKVA 1943, 826 [z.p.], 1141.
+2. Woonplaats, woongebied, dorp, buurtschap.
+Als zelfstandig toponiem
+Als eerste deel van een toponiem
+Als laatste deel van een toponiem (Wegens de hoge frequentie (het betreft ca. 600 toponiemen) geldt hier een gereduceerde behandeling. Toponiemen van dit type zijn in te delen in vijf categorieën. 1) Het eerste element is een appellatief. Hiervoor verwijzen we naar het artikel van dat eerste element, waar het toponiem behandeld is. Het betreft de volgende toponiemen: alhēm, aldanhēm, alfhēm, apuldrahēm, arghēm, bakohēm, berghēm, berhthēm, binuthēm, bivurhēm, blinthēm, brakanhēm, brēthēm, bruggahēm, brunnohēm, bruokhēm, brusthēm, buokahēm, buonhēm, dalhēm, erilahēm, diephēm, felthēm, fōahēm, frīhēm, grāthēm, halahēm, harahēm, harulahēm, hasalhēm, hasalhēmholt, hekkihēm, hōhēm, holhēm, holthēm, hukilhēm, hūshēm, kalkhēm, kathēm, kinahēm, kirikahēm, kuninghēm, kwāthēm, lankhēm, lanthēm, lāthēm, lēthahēm, ōstarhēm, ōstarburghēm, puttihēm, rēnihēm, rothahēm, ruskihēm, salahēm, selihēm, skalkhēm, skarnhēm, sōrhēm, stokhēm, sulahēm, sūtharhēm, thornhēm, uphēm, walohēm, walthēm, werfhēm, werihēm, westarhēm, westarbinuthēm, westarburghēm, wisihēm. 2) Het eerste element is (de verbogen vorm van) een persoonsnaam. 3) Het eerste element is een afleiding van een persoonsnaam met het afstammingssuffix -inga, -ink. De betekenis van de naam is dan: 'woning, woonplaats van de lieden van X'. 4) Het eerste element is een waternaam. 5) Het eerste element, in meervoudsvorm, is de naam van een volk. 6) Het eerste element is onzeker of onbekend. Van de categorieën 2-6 wordt alleen het oudste citaat van elk toponiem opgenomen onder één algemeen kopje per categorie. In alle gevallen wordt steeds de moderne naamvorm (voor zover bekend) als vertaling toegevoegd. Is die niet bekend, dan volgt als vertaling de overgeleverde naamvorm met vraagteken. )
Literatuur:
Van Berkel/Samplonius 2006 -
Debrabandere e.a. 2010 99
Van Helten 1900 434-435

Lex Salica-artikel

hēm (I) n. ‘woongebied, vaderland’.

Van Helten (1900: 434-435, § 131) ziet hier een vervorming van *fram chaime ‘van huis weg’, dus het voorzetsel met de datief van het znw. → hēm (I). Het blijft echter gezien de vorm in Her. ook mogelijk dat het om een verbastering van → falga ‘roof’ gaat.

1. Woongebied, vaderland.

Si quis hominem ingenuum uenderit et postea in patria propria reuersus fuerit, malb. franchamo (< fanchamo) sunt den. VIIIM qui fac. sol. CC culp. iud. ‘Als iemand een vrije man verkoopt en hij keert weer terug in zijn eigen land, gerechtelijk fran­chamo, boete hij 8000 penningen die maken 200 schellingen’ met de variant: Her.: fal.cham [507-800; Pact.Leg.Sal. XXXIX,4; C6].