Koppelingen:
Vorig artikel: fuotthienist ?
Volgend artikel: furda
GTB Woordenboeken:
VMNW: vurin (bnw.),
MNW: vurijn (II) (bnw.),
WNT: vuren (III) (bnw., znw.o.)

fura

Woordsoort: znw., v.

Modern lemma: vuur

Oudste attestatie: 777

Frequentie: totaal: 4, toponiemen: 4

Etymologie: Cognaten: Oudhoogduits  for(a)ha  ‘den’, Middelhoogduits  forha  ‘den’, Nieuwhoogduits  Föhre  ‘den’, Oudengels  furh  ‘den’, Nieuwengels  fir  ‘den’, Oudnoords  fyri  ‘pijnboom’.

Morfologie: ongeleed.

Flexie:  als deel van een toponiem  for-  (1), forn-  (1, verbogen), uor-  (1), vor-  (1)

Overige historische woordenboeken: VMNW: vgl. vurin (bnw.), MNW: vgl. vurijn (II) (bnw.), WNT: vgl. vuren (III) (bnw., znw.o.)

+1. Spar, den, pijnboom; bep. naaldboom. In het Oudnederlands alleen als toponymisch element overgeleverd.
+Als eerste deel van een toponiem