Koppelingen:
Vorig artikel: walm
Volgend artikel: walt
GTB Woordenboeken:
VMNW: wale (I) (znw.m.),
MNW: wale (znw.m.),
WNT: waal (III) (znw.m.)

walo

Woordsoort: znw., m.

Modern lemma: Waal

Oudste attestatie: 825-842

Frequentie: totaal: 15, appellatieven: 2, toponiemen: 13

Etymologie: Cognaten: Oudhoogduits  walah, walh, Middelhoogduits  Walch, Walhe, Nieuwhoogduits  Wahle (DWB).

Morfologie: ongeleed.

Flexie:  in Latijnse context  wal  (1), walo  (1)
als deel van een toponiem  uuale-  (3), wal-  (2), wala-  (2), wale-  (3), walen-  (3)

Overige historische woordenboeken: VMNW: wale (I) (znw.m.), MNW: wale (znw.m.), WNT: waal (III) (znw.m.)

+1. Waal, inwoner van Wallonië; Romaan, Fransman. Als toenaam. Voor de inwonersnaam vgl. Debrabandere (2003: 1290). Het kan hier ook om een patroniem gaan, walo is een in de elfde eeuw vaker voorkomende voornaam. De vorm wal, tweede citaat, zou de afkorting van Germaanse persoonsnamen als Walbertus of Walraven kunnen zijn (Tavernier 1968: 317).
Sigerus Walo.  Zeger (de) Waal.   Lib.Trad. 143,3 Gent, Vlaanderen, 1101 -1200.
Wouter Wal.  Wouter (de) Waal.   V.Lok. [197] (nr. 357) [z.p.], 1188.
+Als eerste deel van een toponiem
Literatuur:
Van Berkel/Samplonius 2006 478-479
Debrabandere 2003 1290
Oork.Holl.Zeel., Koch I 7, 17
Tavernier 1968 317