Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: elamiten
Volgend artikel: elbout
Klankatlas: 055: burg/borg
Spreidingskaart: Elburg

ELBORCH

Woordsoort: znw.v.

Modern lemma: Elburg

Oudste attestatie: Holland, graf.kans., Holland-West, 1292

Frequentie: totaal: 3, ambt.: 3

Aangetroffen spelling: ebborch (l. elborch), elborch

Etymologie: Het tweede lid is het znw. borch 'burcht'. Voor de herkomst van el- is mogelijk te denken aan el- < eld- 'oud' met assimilatie van -d- aan de volgende -b-. Vgl. b.v. elspete [1227] < *elde-spete. Voor andere voorstellen, zie Van Berkel/Samplonius, p. 57.

Flexie: ds 

Korte betekenis: Elburg

+1. 

Semantische klasse: Aardr.naam, Plaatsnaam, Toenaam