Koppelingen:
Vorig artikel: hure
Volgend artikel: hureware
Klankatlas: 105: huur/huer
Spreidingskaart: huren

HUREN

Woordsoort: zw.ww.trans.

Modern lemma: huren

Middelnederlandsch Woordenboek: huren

Oudste attestatie: Limburg, 1240

Frequentie: totaal: 48, lexic.: 1, ambt.: 36, lit..: 11

Aangetroffen spelling: hueren, huren

Flexie: 3e sg.ind.pres. hu(e)rt, huurt
3e pl.ind.pres. (met enclitisch subject:) huersi
3e sg.ind.pret. hu(e)rde; (met enclitisch subject:) hurdi; (met enclitisch subject en object:) hurdire
3e pl.ind.pret. hu(e)rden
inf. hu(e)ren
gerund. hu(e)rne, tehuren (steeds met proclitisch vz.), tehure (l. tehuren of tehurne)
part.perf. g(h)ehuert, ghehured, ghehurt, gheuret

Korte betekenis: huren; inhuren

+1. Huren.