Koppelingen:
Vorig artikel: reis a reis
Volgend artikel: reisere
Spreidingskaart: reis

REISE

Woordsoort: znw.

Modern lemma: reis

Middelnederlandsch Woordenboek: reise, znw.v. (soms m.)

Oudste attestatie: Limburg, 1240

Frequentie: totaal: 11, lexic.: 3, ambt.: 8

Aangetroffen spelling: re(e)se, reise

Flexie: ns -
as -
dp -n

Korte betekenis: reis; krijgstocht

1. Reis, tocht. In de eerste aanh. meer bep.: reis te paard, rit.
expeditio : rese   Bern. p. 196, r. 42, Limburg, 1240
equitare : riden / equitatus : rese   Bern. p. 191, r. 39-40, Limburg, 1240
2. Krijgstocht, militaire expeditie.
angaria : rese   Bern. p. 134, r. 27, Limburg, 1240
(Hertog Jan I van Brabant belooft bisschop Willem van Utrecht alle mogelijke bijstand tegen graaf Jan I van Holland) (...) of oec van daghelichssen orloghe of reisen, of van hulpen van coste, of van anders eneghen saken,   Corp.I p. 2553, r. 33-35, Brussel, Brabant-West, 1298
Vort gheloue wi onsen here onsen vader vri ende quite ende sonder cost te houdene van allen orlogen van allen resen sertoghen van brabant. of sheren van mechelne   Corp.I p. 1838, r. 14-16, Mechelen, ?Brabant-West, 1292
Oec seide die selue heine. dat wouters man ende sine late, nine waren sculdech te volghene mijn her berthoude buten+dorps enne ware in sherthoghen reese;   Corp.I p. 210, r. 25-27, Mechelen, Brabant-West, 1271-1272