Koppelingen:
Vorig artikel: watelmeet
Volgend artikel: waterdier
Klankatlas: 077: spelling van ā in open syllabe
Spreidingskaart: water

WATER

Woordsoort: znw.v.,o.

Modern lemma: water

Middelnederlandsch Woordenboek: water, znw.o.

Oudste attestatie: Gent, Oost-Vlaanderen, 1236

Frequentie: totaal: 503, lexic.: 8, ambt.: 102, lit..: 393

Aangetroffen spelling: water (ook vaak met proclitisch bep.lidw.); (zelden:) tuater (3x, met proclitisch bep.lidw.), tvater (2x, met proclitisch bep.lidw.), waeten (1x, l. waeter)

Morfologie: Meestal onzijdig, slechtsbij uitzonderingvrouwelijk.

Flexie: ns -ter
gs -ters
ds -ter, -t(e)re
as -ter
np -tre
gp -tre
ap -tre

Korte betekenis: water; drinkwater; waswater; geneeskrachtige drank; bluswater; grondwater; regenwater; waterloop, -plas; waterhuishouding; water(massa); wateroppervlak; golf; lichaamsvocht; traanvocht; waterzucht

+1. Water, als element. Volgens de elementenleer was alles op aarde opgebouwd uit vier elementen, t.w. aarde, water, vuur en lucht. De verhouding tussen deze elementen bepaalde de aard van de zaak.
Der lucht gaf hi (t.w. God) dat vlieghen conde Ende dat suemmende ghinc ten gronde vissche en voghele dat es waer Maecte hi beede van watre daer   Rijmb. p. 9, r. 8-11, West-Vlaanderen, 1285
hier+namaels maect+hise (t.w. God, resp. de vier elementen) ende hoert hoe die viere elemente. water. vier. Erde. lucht.   Rijmb. p. 5, r. 30-32, West-Vlaanderen, 1285
die (t.w. bep. wormen) ebben meest waters ende arde die sijn traghe in crupene in gane   Nat.Bl.D p. 292, r. 15-16, West-Vlaanderen, 1287
Jnde der elementen sin vire. dat is. vir. inde lgt. inde water. inde erde.   Moraalb. p. 409, r. 34-35, Nederrijn, 1270-1290
+2. Water, als vloeistof; ook meer bep.: een (kleine) hoeveelheid water.
aqua : water   Bern. p. 137, r. 17, Limburg, 1240
limpha : water / limphaticus : douende, waterlec   Bern. p. 242, r. 32-33, Limburg, 1240
tfolc hadde waters nod. Bedi wilsi slaen te dod. Aaron ende moses.   Rijmb. p. 142, r. 7-9, West-Vlaanderen, 1285
DAer+na ghinghen si .iij. daghe. Sonder water met groter claghe.   Rijmb. p. 104, r. 8-9, West-Vlaanderen, 1285
Van der watere in wijn verwandelt ter brulocht in die stat van Chana Galilee   Diat. p. 290, r. 38-39, Brabant-West, 1291-1300
Dus hiet hi alle dudganghe belegghen. Mar die van binnen horic segghen. Hadden tfulle te harre behout. Mar+dat hem ghebrac sout. Ende waters hadsi cleine.   Rijmb. p. 679, r. 37-41, West-Vlaanderen, 1285
Nv waren ghinder .vii. stenine cannen. Jhesus seide ten dienst+mannen. Vullet die cannen met watre saen. Ende doe si dat hadden ghedaen. Hiet ons here draghen dat. Ter vorbarsten die ter feesten sat. Die sere prijsden ghenen wijn.   Rijmb. p. 533-534, r. 40-3, West-Vlaanderen, 1285
Doe menne pijnde als ict las. Bad die prophete omme drinken. Dar wilde niemen omme dinken. Doe sendem god ter seluer stond. Van oghen twater in den mond. Ende mettien so endi saen.   Rijmb. p. 346, r. 40-45, West-Vlaanderen, 1285
[Doe] [namen] [sine] [bi] [den] [dieren] [clede.] [Ende] [dadent] [hem] [af] [ende] [na] [dit.] [Worpsine] [leuende] [in] [den] [pit.] Die van watre niet ne was nat. (Eerste deel van de aanhaling gereconstrueerd.)   Rijmb. p. 69, r. 23-26, West-Vlaanderen, 1285
Die papen van canopen namen Haren belus alle te+samen. Ende daden hem die crone of dor dat. Ende setter+vp een erdin vat. Na eene crone maecten sijt. Al vulgate waest ende niet wijt. Ende daer was water in ghedaen. Ghestopt met wasse sonder waen.   Rijmb. p. 37, r. 12-19, West-Vlaanderen, 1285
Jn den winter ginc si oec staen daer de moelen om soud gaen onder der moelen rat al recht daer dwater ouer haer lede al slecht [li]ep, ende te+mits oec ouer haer hoed [da]t was miracle ende wonder groed.   Kerst. p. 114, r. 35-40, Brabant-Oost, 1276-1300
desen steen gemalen te sticken met watre geminget hem heuet hi dicken hem ghewesen arde goet die van heuele spuwen bloet   Nat.Bl.D p. 388, r. 8-11, West-Vlaanderen, 1287
deene bringhet honech dandre bloemen water sietmen bringhen hem somen   Nat.Bl.D p. 295, r. 22-23, West-Vlaanderen, 1287
water etic arme bjdi om+datter arme dranc sj rike etict want al dat leuet waters emmer gnouch heuet dus eist arem rike ende vrj   Nat.Bl.D p. 106, r. 14-18, West-Vlaanderen, 1287
[w]ant also ghelikerwise [a]ls men werpe seer ocht lyse een druppele waters in een vat dat vol van wine ware, dad di druppele na den sinne mjin verwandelt soud werdden jn den w[ijn] also was har gheest puer reen met gode geminct ende worden ee[n]   Lutg.A p. 77, r. 5-12, Brabant-Oost, 1276-1300
Sowie dat vercoept wijn die ghevalschet es met watre of met andre vulnessen ende darof verwunnen word van schepenen hi zald boeten den here .iij. lb. ende der port .i. lb.   Corp.I p. 56, r. 38-40, Middelburg, Zeeland, 1254
Mar die heren die dat suoren. Wand si den eet niet wouden te+storen. Ende der liede tale beuellen. Ontfinghensise niet ouer ghesellen. Mar ouer cnapen hebben sise ontfaen. Dat si souden sijn onderdaen. Ende bringhen houd ende water mede. Dar men sacrificie dede.   Rijmb. p. 163, r. 19-26, West-Vlaanderen, 1285
Si ginc oec sulwile in ketele staen di vol uan wallende watere waren toter borst al sonder sparen ocht toten lyndenen oec,   Kerst. p. 114, r. 10-13, Brabant-Oost, 1276-1300
Maria die maghet reine. Es twater van deser fonteine.   Rijmb. p. 258, r. 20-21, West-Vlaanderen, 1285
+3. Waterloop, waterplas, in gebedde vorm; meer, zee, rivier, beek, kanaal, sloot.

Semantische klasse: Aardr.naam, Waternaam

siloe : ein water   Bern. p. 314, r. 1, Limburg, 1240
Wat+so soe adde met haer brocht. Van ouer twater was ondersocht.   Rijmb. p. 791, r. 18-19, West-Vlaanderen, 1285
Doe liet hem onse here verstaen. Dat hi doutste name ghemene. Ende ghinghe ten marberstene. Van der montaengen daer+bi. Die horeep heet dats snai. Ende hi den steen soude slaen. Dar soude water vte gaen. Aldus ghescieden daer de dinghe. Moses hiet twater prouinghe. Want gode proeueden si openbare. Ende vragheden hem of hi met hem ware.   Rijmb. p. 107, r. 29-39, West-Vlaanderen, 1285
Van der antwerden, die hi gaf enen meester van der wet, die heme woude volghen, doen hi sine jonghere sende vore ouer duater   Diat. p. 291, r. 10-12, Brabant-West, 1291-1300
oec segt sente agustijn dat noch sulke watre sijn die driewaruen onder dach ende nacht nv soete sijn nu van sure cracht   Nat.Bl.D p. 375, r. 10-13, West-Vlaanderen, 1287
als d si. van den elpendire sal heben r iungen. so gait si p ene stede. in n water. dat man hetet eufrait.   Moraalb. p. 420, r. 2-4, Nederrijn, 1270-1290
Voert alle die watre, die binnen den voerghenoemden marken ende palen begrepen zijn, hoe datmense heet, ende dat recht daer+inne te visschen in alre manire daerse vissche mede vanghen moeghen,   Corp.I p. 2161, r. 8-11, Holland, graf.kans., Holland-West, 1295
(...) dat erue ghehelike daer [w]illem vaniet nu ter wilen vp woent, vander haluer straten achter ten watere wart also [verr]e alst gaet,   Corp.I p. 1939, r. 37-39, Dordrecht, Holland-Oost, 1293
(...) bewest+half enen water hetet die breke   Corp.I p. 1125, r. 9, Brugge, West-Vlaanderen, 1286
(Geoorkond wordt:) dat wi bi rade onser goeder lieden van onsen lande orlof hebben ghegheuen ouer teslane een water heitet die sparne. daer die wilde ze in vloide   Corp.I p. 1096, r. 14-16, Holland-West, 1285-1286
(...) Ende van enen ymete lands lichtelijc meer jof lichtelijc min licghende ouer tvater bachten sint jans huus schuere.   Corp.I p. 702, r. 32-33, Brugge, West-Vlaanderen, 1283
(...) dat leight tusghen den straetkine dat loept of+zuut+alf den caermers in brugghe, ende tusghen Euerbouds huuze vanden boute buten watre.   Corp.I p. 290, r. 20-22, Brugge, West-Vlaanderen, 1275
Dar ward den volke int herte we. An dene side waest gherus onsachte. So+datter niemen liden mochte. An dander side dat water grod.   Rijmb. p. 102, r. 11-14, West-Vlaanderen, 1285
Ende alse Jhesus sach die grote menege die hem volgde, so hit hi sinen ijongren dat si voeren ouer dat water dat daer lip.   Diat. p. 62, r. 29-30, Brabant-West, 1291-1300
+4. Water(massa), zonder bijgedachte aan een bep. bedding.
procella : bare, in water   Bern. p. 286, r. 39, Limburg, 1240
Moses hiet soene dor dat gone. Dat soene vten watre hief.   Rijmb. p. 86, r. 3-4, West-Vlaanderen, 1285
Aldus grod (hoog) dans ghene saghe was dwater .c½. daghe   Rijmb. p. 30, r. 25-26, West-Vlaanderen, 1285
omme+dat hi adde hoeren ghewaghen adame van .ij. doemesdaghen Eenen van watre. ende eenen van viere visierde hi in derre maniere dat musike behouden bleue dat hi in .ij. colummen screue Sine const in .j. ardine Ende in eene maerberine Of tvier came dat die erde hare der+naer openbaerde Of duater came de maerberine bleue gheeel na der pine   Rijmb. p. 25, r. 24-35, West-Vlaanderen, 1285
Hi wilde hem seluen hebben sin leuen Ghenomen ende in dwaeten sijn bleuen   En.Cod. p. 423, r. 21-22, Oost-Vlaanderen, 1290
Svrus alsic hore lien es .i. steen comet ute surien ysidorus spreket die niet was sot dat hi al+gehel int water vlot   Nat.Bl.D p. 402, r. 25-28, West-Vlaanderen, 1287
oec ne mach hi niet leuen hine si den watre beneuen   Nat.Bl.D p. 138, r. 27-28, West-Vlaanderen, 1287
abides doet ons verstaen aristotiles sonder waen dat es .i. water .i. wonder want het tersten al besonder sijn wasdoem nemt ende houd jn dat water dat es soud daerna verkert het sine ghedane ende sine nature der+ane so+dat vp daerde al buten is ende danne hetet astojs   Nat.Bl.M p. 422-423, r. 41-7, West-Vlaanderen, 1276-1300
hi sach die kinder walgedane. bi me ulieten in dien wage. na m so ur hi hard untrage. uter dien water hi si drch.   Aiol p. 327, r. 31-34, Nederrijn, 1220-1240
(Geoorkond wordt:) dat sie bescermen sullen al tvremde water dat coemt in den vorseiden polre   Corp.I p. 2692, r. 7-8, Brugge, West-Vlaanderen, 1299
dese boute waren. jbesecht tuater mede te. houdene butentender sluis doe men. de sille soude legghen   Corp.I p. 2400, r. 30-31, Brugge, West-Vlaanderen, 1297
Jtem xxviii balken te pilen stic xiiij .. summa xix lb xii s Jtem te watre te doene al dit hout .. Jtem te voerne .xxxii s Jtem vp te doene .ix iiij d   Corp.I p. 1886, r. 34-37, Brugge, West-Vlaanderen, 1293
Meester Gherard vorseit weddets hemleden tewetten tewaerne van vp & of tevaerne ende der note scadeloes teghebrukene ente husinghe ghehauedich tehoudene vp ende neder+staende jeghen wint ende jeghen water dese tien jaer vorseit   Corp.I p. 1841, r. 36-40, Brugge, West-Vlaanderen, 1292
(...) Gisebrecht haren Gisebrechtes sone van Scalquike. Amilyz end Johan samson hebben mit mi dur ommaten scade dien zy lange dogeden an huren erue. bi watere dat hum tonnutte makede. gedragen+oueren. Aldus. (...)   Corp.I p. 763, r. 37-40, Arkel, Holland-Oost, Utrecht, Utrecht, 1284
+5. Water, als lichaamsvocht.
broeder aelbrecht sprect ouer+een dat hi selue proeuede den steen alsi segt an .i. wijf die wl waters adde tlijf hi gurdetse an haren lachame dar soe adde die mesquame ende .iij. vingre alle daghe slancte die lachame sonder saghe ontier+ende twater es ghedalt ende hare lachame gnouch ysmaelt   Nat.Bl.D p. 282, r. 21-30, West-Vlaanderen, 1287