Koppelingen:
Vorig artikel: suutwint
Volgend artikel: suver (I)
Spreidingskaart: zuivel

SUVEL

Woordsoort: znw.v.

Modern lemma: zuivel

Middelnederlandsch Woordenboek: suvel, znw.o.

Oudste attestatie: Calais, West-Vlaanderen, 1293

Frequentie: totaal: 3, ambt.: 3

Aangetroffen spelling: suvele, zuuel, zuvel

Etymologie: Het genus vrouwelijk is evt. af te leiden uit vllam zuuel (zie de eerste aanh.).

Flexie: ds -e
as -
- eenmaal in Lat. context

Korte betekenis: zuivel

1. Zuivel; eieren, melk en van melk afgeleide produkten.
Jtem elc vremde man ofte wijf die zuvel brochte ter marcht ofte ghanse ofte hoenre ofte wiltbraet van elken .iiii. .   Corp.I p. 1340, r. 27-28, Gent, Oost-Vlaanderen, 1288-1301
Quod nullus emat capones. gallinas. aucas. pullos. nec aliud voghelte. nec vllam zuuel. [...] [...] scilicet ad antevendendum. super feria quarta & sabbato. (Dat niemand kapoenen, kippen, ganzen, kuikens kope noch ander gevogelte noch enige zuivel, [...] namelijk om van te voren te verkopen op woensdag en zaterdag.)   Corp.I p. 1915, r. 30-32, Calais, West-Vlaanderen, 1293
De poertwadre heeft elcs iaers van medekerke .xii. van suvele.   Corp.I p. 2864, r. 41-42, Gent, Oost-Vlaanderen, 1276-1300