Koppelingen:
Vorig artikel: ofoost
Volgend artikel: ofte dan neen
Klankatlas: 136: ofte/ochte
Klankatlas: 137: jof(te), af(te), ove
Spreidingskaart: of

OFTE

Woordsoort: vw.

Modern lemma: of

Middelnederlandsch Woordenboek: of; ofte

Oudste attestatie: Nederrijn, 1201-1225

Frequentie: totaal: 8489, lexic.: 4, ambt.: 7116, lit..: 1369

Aangetroffen spelling: I. Met vocaal a- (4x): af (11x), afte (1x); met enclitisch pronomen: afer (1x). II. Met de anlaut io-/jo-, a) zonder -t(e): iof (1798x) iofh (1x), jof (2155x); met enclise: ioffer (1x), iofs (2x), iofstedonne (1x), jofer (1x), joffer (1x); b) met -t(e): ioft (14x), iofte (22x), joft (11x), jofte (45x, waarvan eenmaal als jof te geschreven); met enclise: joftie (1x), joftare (1x), joftem (1x), jofti (1x), joftie (3x), joftu (1x). III. Met vocaal oe- (7x): oef (5x), oeft (2x); met -ft->-cht-: oechte (1x). IV. Met vocaal o-, a) zonder -t(e): of (2625x), ofe (3x), oue (4x), en met enclise: offen (1x), offene (1x), offer (1x), offet (1x), offete (1x), ofmen (1x), ofsi (1x); b) met -t(e): offte (1x), oft (108x), ofte (886), ofthe (3x, waarvan 2x of the gespeld); met enclise: oftat (1x), oftem (1x), often (8x), oftet (1x), ofthaer (2x), ofti (11x), oftie (5x), oftin (1x), oftu (5x). Met h-voorslag, slechts eenmaal aangetroffen: hoft. c) met -ft- > -cht-/-g(h)t-/-ht-: ocht (115x), ohte (452x), ochtt (2x), octe (3x), ogt (4x), ogte (83x), ogthe (2x), oht (2x), ohte (4x), en met enclise: ochtic (21x), ochts (1x), ochtu (3x), ogtse (1x), ohtv (1x); met h-voorslag: hochte (7x), hocte (6x); d) met apocope van -t(e) na (stemloze) spirant: och (3x), og (3x), ogh (1x), oh (3x); met enclise: ochic (1x), ohgis (1x). V. Merkwaardig is: nof (4x).

Morfologie: Het MNW V, 40 geeft voor het nevenschikkend voegwoord de volgende vormen: ofte, oft, of; jof; ochte, ocht, och; voor het onderschikkend voegwoord MNW V, 23: of, off; jof en 'door verwarring met het scheidende voegw., ofte (oft); ook ochte (ocht, och)'. Aangezien behalve door bovengenoemde verwarring ook door fonische ontwikkeling (o.a. sandhi-verschijnselen, haplologie) de vormen door elkaar zijn gaan lopen, zijn hier beide, etymologisch verschillende vormen onder één artikel behandeld.

Etymologie: Voor de vorm of, jof vgl. Onl. of, Osa. of, af, ef, Ofri. of, ef en iof, ief, Oe. gif, Ono. ef; daarnaast Ohd. obe, ubi, ibu en Got. ibai < Germ. *eba-; het eerste element lijkt de pronominale stam *e-, resp., voor de j-vormen, *ja-, het tweede de pronominale stam *bho- 'beide'. De vorm ofte/ochte lijkt (zeker in een aantal gevallen: Osa. (Heliand) efða, Ofri. jeft(ha)) een samenstelling van het hiervoor gegeven voegwoord (j)of met een partikel -te dat mogelijkerwijs samenhangt met Got.in aiþþau 'of', dat op zijn beurt evt. de dualisvorm van het aanwijzend voornaamwoord is; vgl. Osa. ettho, ottho, Ohd. eddo, edo, oddo, odo, Oe. aðða, oððe.

Spreiding: De geografische variatie in dit voegwoord is gekarteerd in Berteloot 1984, kaarten 136 en 137; zie verder ook Mooijaart 1992, p. 141.

Flexie: - 

Korte betekenis: of; als; alsof

+I. Nevensch. vw.
+II. Ondersch. vw.