Koppelingen:
Vorig artikel: lieghen (I)
Volgend artikel: lieyart (I)
Spreidingskaart: liegen

LIEGHEN II

Woordsoort: st.ww.trans.,intr.

Modern lemma: liegen

Middelnederlandsch Woordenboek: liegen

Oudste attestatie: Limburg, 1200

Frequentie: totaal: 45, lexic.: 2, ambt.: 1, lit..: 42

Aangetroffen spelling: dliegen (met procl. lidw.), lieghen, ligen, lgen, lyeghen

Flexie: 1e sg.ind.pres. lieghe
3e sg.ind.pres. lieg(h)(e)t
3e pl.ind.pres. lieghen
3e sg.conj.pres. lieghe
3e sg.ind.pret. loch, loech, loegh, louch
3e sg.conj.pret. loug
inf. dliegen (met procl. lidw.), lieghen, ligen, lgen, lyeghen
part.perf. g(h)elog(h)en

Korte betekenis: liegen; voorliegen; misleiden; bedrieglijk zijn

+I.  (Intr.) 
+II.  (Trans.)