Koppelingen:
Vorig artikel: binnendiken
Volgend artikel: binnenjaers
Spreidingskaart: binnendijks

BINNENDIKES

Woordsoort: bw.uitdr.

Modern lemma: binnendijks

Middelnederlandsch Woordenboek: binnendijcx

Oudste attestatie: Gent, ?Oost-Vlaanderen, 1298

Frequentie: totaal: 2, ambt.: 2

Aangetroffen spelling: binnen dics

Morfologie: Bw. uitdr. uit het vz. binnen 'aan de binnenkant van' en het znw. dijc en een bijwoordelijke -s. Zie ook: butendikes

Flexie: - 

Korte betekenis: binnendijks

1.  (Dijkw.)  Binnendijks, aan de landzijde van de dijk gelegen.
De welke achtien ghemete lands min achte roeden waren vonden jn ouermaten bouen haren lande dat hare tsaertere houdende es alse van den lande van den oerde Ende Ghelegen sin in drien sticken, ten oerde binnen+dics bouen den sesse+Ende+negentech gemeten Ende den drie+&+dertech roeden lands die hare tsaertere hout legt Ene partie die hout tualef+&+En+alf gemet min achte roeden.   Corp.I p. 2475, r. 41-46, Gent, ?Oost-Vlaanderen, 1298