Koppelingen:
Vorig artikel: BENEDICTIE Volgend artikel: BENEDICTIJNER
Etymologie: EWN

BENEDICTIJN

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: benedictijn

znw. m., mv. -en. Uit fr. bénédictin, of lat. benedictinus; zoo ook eng. benedictine (1602).
(R.-K.) Kloosterling van de orde van de H. Benedictus van Nursia. In het mv. ook in toep. op de orde.
  V. DALE [1872].
Benedictijn (benediktijn), monnik van de orde van Sint-Benedictus, (de oudste monikenorde der Westerse Kerk, in 528 gesticht),   V. DALE [1976].
— Gisteren heb ik met een gansch klooster Benedictijnen kennis gemaakt, die het heilige kruis bewaren, door Helena gevonden,   COBET, Br. a. Geel 395 [1843].
Waar de barbaren onze landerijen verwoest, onze steden geplunderd en de onwetendheid overal medegebragt hebben — zullen de Benedictijnen opstaan, om … als arme kloosterlingen arbeid voor het ligchaam, rust voor den geest en den weg naar den Hemel te zoeken,   Volksalm. Ned. Kath. 1859, XXV.
Dergelijke Orden (t.w. beschouwende) zijn de Basilianen, de Benedictijnen, de Trappisten, de Karthuizers enz.,   POTTERS, Katech. 5, 259 [1914].
Toen graaf Dirk II uitzag naar Benedictijnen voor zijn Egmonds munster, moest hij zijn blikken richten, hetzij naar Engeland, hetzij naar Duitsland …, hetzij naar het tegenwoordige België,   Tien e. Egmond 27 [1950].
Afl. Benedictijner (zie ald.).
Benedictijnsch.
Benedictijns (benediktijns), van de benedictijnen,   V. DALE [1976].
— Deze jonge priester met Benedictijnsche neigingen … had besloten om daar in de orde te treden,   HENSEN e.a., Abdij St. Adelbert 70 [1929].
Nu was het de opzet van de stichters van Cîteaux terug te keeren tot de letterlijke naleving van den Benedictijnschen Regel,   RONGEN, Roep v.d. Stilte 12 [1937].
Dat deze personen (t.w. zekere leden van het Hollandsche gravenhuis) verschijnen in de oorkonden van de Gentse Abdij, en vaak als schenkers, wijst er zeer nadrukkelijk op, dat de Vlaamse en Hollandse heren dezelfde sympathieën hadden, niet alleen voor het benedictijnse monnikenleven in het algemeen, maar ook voor het Gentse St Pietersklooster in het bizonder,   Tien e. Egmond 28 [1950].
Samenst. Benedictijnenabdij.
Odulphus stichtte een klooster van reguliere kanunniken wat later werd veranderd in een Benedictijnenabdij,   Haarl. Bijdr. 60, 249 [1948].
Benedictijnenconvent, klooster van Benedictijnen.
Het Benedictijnenconvent te Egmond … heeft zeker eenigen invloed uitgeoefend op het geestelijk leven in verschillende parochies, waarover de abdij het patronaatsrecht uitoefende,   Haarl. Bijdr. 60, 236 [1948].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.