Koppelingen:
Vorig artikel: BESTOFFEN Volgend artikel: BESTOKEN

BESTOFT

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: bestoft

bnw. Van stof (II) met bet.
Met stof bedekt; onder het stof zittend. Ook fig. van iets dat al lang uit den tijd is en weer tevoorschijn gehaald wordt.
Moe en verwaaid, met heete roode wangen en bestofte kleeren kwam zij aan en zij zocht haar kamerken op en leefde als van ouds,   V. EEDEN, K. Meren 251 [1900].
De kameraden mee hun bestofte werkpak nog aan en mee een sigaret in den scheef lachenden mond,   COOLEN, D. Licht 141 [1929].
Ter begeleiding van het Sanctus begon hij ik weet niet wat voor bestofte oratorio te galmen,   PÉZERIL-OUWENDIJK, Rue Notre Dame 63 [1951].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.