Koppelingen:
Vorig artikel: DOSIS Volgend artikel: DOSSEEREN

DOSSE

Woordsoort: znw.(v.), bnw., bw.

Modern lemma: dosse

znw. vr., g. mv., en bnw., bijw. Het fr. dosse `eerste of laatste plank die men uit den stam zaagt, waarvan de eene kant vlak gezaagd is en de andere kant, met het houtschors, bol staat (hetgeen gelijkenis met een rug vertoont)' (20ste e., in T.L.F. met een vindplaats uit 1948, in een andere bet. reeds 1400), een vr. vorm van dos `rug' < lat. dorsum `rug'.
+1.  (Houth.) Hout dat (ongeveer) in de lengterichting uit het blok of den stam gezaagd wordt; vlamhout. Zie verder nog de 1ste aanh.
De stam kan op twee verschillende wijzen in de lengterichting doorgesneden worden. In het eerste geval bevat het snijvlak de lengteas. Dit is het radiale vlak, in de practijk de spiegel geheten …. In het tweede geval wordt de stam in de lengterichting doorgesneden volgens een vlak, dat de lengteas niet bevat. Men spreekt dan van een tangentiaal vlak. In de practijk heet dit dosse,   Hout in alle T. 6, 56 [1955].
— De boom kan tot vlamhout (dosse), tangentiaal gezaagd worden ofwel kwartiers (quartier), radiaal,   Hout in alle T. 6, 4 [1955].
2.  (Houth.) Vervolgens met de valentie van een bnw. in dosse (naald)hout zooveel als `gevlamd' en met de valentie van een bijw. in dosse gesneden zooveel als `vlak'. Vgl. voor de laatste toep. ook de bet. 1), 2de alinae.
Flat cut; plain cut; flat grain, (Subject:) figure in wood no. 1dosse gesneden; vlak gesneden, Fladerschnitt; Flachschnitt,   BOERHAVE BEEKMAN, Wood Dict. 2, n° 1910 [1966].
Flat cut softwood, (Subject:) figure in wood no. 9 … gevlamd naaldhout; dosse naaldhout, Fladerschnitt (Nadelholz); Tangentialschnitt (Nadelholz),   BOERHAVE BEEKMAN, Wood Dict. 2, n° 1911 [1966].
3.  (Houth.) In de verb. en of op dosse gezaagd.
Dosse, in de uitdr. en of op dosse gezaagd, van een stam gezaagd met de schors eraan,   V. DALE [1976].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.