Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: EKSTEROOG Volgend artikel: EL II
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

ELI

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: el

— vroeger ook ELLE, ELLEN —, znw. vr. Mnl. elle, elne, mnd. elle, ohd. elina, mhd. elle, hd. elle, os. elina, ofri. ielne, ags. eln, eng. ell, on. ln, got. aleina, *alina, el, lat. ulna, gr. λνη, elleboog. onderarm. De oorspr. bet. is die van: elleboog, onderarm; ital. alna, fr. aune zijn aan het Germaansch ontleend. Voor verdere verwanten zie de etymologische woordenboeken.
+1.  Lengteëenheid. waarvoor de menschelijke onderarm den grondslag vormt. Vroeger kende men verschillende plaatselijke eenheden als: de Amsterdamsche el ter lengte van 688 mM., de Haagsche el van 694 mM., de Delftsche el van 683 m.M. en de Brugsche el van 701 m.M. Thans wordt de el zoo goed als uitsluitend in den manufacturenhandel gebruikt en gerekend op 69 c.M.
Een keerle … Van zes ellen lakens,   EVERAERT 445 [c. 1530].
De menigherley ghewichten, ellen, maten, costuymen ende verscheyden spraecken die in verscheyden Landtschappen int ghebruyck zijn,   BOR, Ned. Oorl. 1, 1 d.
Dat men t'Amsterdam 16m ellen oranje lint zoekt, om velttekens te maeken,   HOOFT, Br. 2, 333 [1633].
Ic hebbe cant aen nicht Huygens ghesonden tot een tabbert, die cost niet veel min als vier gulden de franse elle,   M. V. REIGERSB., Br. 240.
Een talie te kort is zoo veel, als een elle,   DE BRUNE, Bank. 2, 207 [1658].
C. ”Hoe groot was Duymken?” H. ”Soo.” Hy wyst een Elle lenghde,   OGIER, Boere Geck 9 [1680].
Alle waren van zyde, wolle, lynen, hair enz., worden alhier meest gemeten met eene lengte geheeten Elle. De Romeynen plagen deze mate te nemen op de lengte van eenen arm, ende de half elle op eenen Cubitus,   Cost. v. Brussel 1, 431 [1657].
Eene ingewikkelde rekening van een en drie vierde of vyf agtste Loot of El,   Denker 2, 163 [1765].
Een japon van zeven stuivers de el,   SCHART.-ANT., Sprotje 2, 28 [1909].
2.  Nederlandsche el of el is ook een, thans weinig meer gebruikte, naam voor de lengteëenheid meter. Waarschijnlijk is ook in de laatste twee aanhalingen met el deze eenheid bedoeld.
Deze heester wordt ongeveer een Ned. el hoog,   V. HALL, Landh. Flora 210 [1854].
Met eene onzekerheid van 1500 ned. ellen,   Nav. 15. 224 b.
Alles is omgeven door een aarden wal van een el hoog,   V. D. HEIM in Gids 1864, 1, 11.
Hier rijst het … gezang der matrozen, die op de maat spil en kabel hanteren om het nu zoo stugge zeegevaarte enkele ellen verder te brengen,   P. N. MULLER in Gids 1864, 1, 40.
+3.  Maat waarmede een dezer eenheden, gewoonlijk de onder 1) genoemde, afgemeten wordt.
Dat alle de gene, die hen generen metter Ellen schuldig sullen wesen te hebben ende te houden Ellens na de Ellen van der Stede mate, niet langer noch niet korter,   Handv. v. Amst. 929 a [1564].
Gy en sult geen onrecht doen in 't gerichte, met d'elle, met het gewichte, ofte met de mate,   Statenb., Lev. 19, 35 [ed. 1688].
Dat ider Winckel-houder …, die alhier ter Stede met de Elle verkoopt ofte uyt-meet, … geen andere Elle sal mogen hebben ofte gebruycken als die gemaeckt is van yser ofte hout,   Handv. v. Amst. 929 a [1641].
Zullen voortaan geen Winkeliers of Verkoopers van Ellen, Maaten of Gewigten, eenig Stuk uyt hunne Winkels vermogen te verkoopen, dan ten zy het behoorlyk met den Yk van het loopende Jaar zy getekend,   Keuren v. Haerlem 1, 298 a [1751].
Een Jood, die gescheurd Porcelein voor heel verkoopt, of met een el van vyftien zestiende deelen uitmeet,   Denker 2, 364 [1765].
Vraag: of ik de el eens hebben mag,   V. ZEGGELEN 8, 51 [1857].
Samenst. afl.Tienellens, twaalfellens (zie bij ELLENS).
Samenst. — Als eerste lid in Elleboog, ellepijp (zie die woorden) en verder in
Ellebrood, eene soort van (lang en smal?) brood, vroeger o.a. te Leiden bekend.
Ellegoed, waar die bij de el wordt verkocht, manufacturen, ellewaar. In N.-Ndl. minder gewoon.
Hierbij weder de samenst. Ellegoedwinkel (CORN.-VERVL.).
Ellejonker, spotnaam voor een mannelijk verkooper in een manufactuurwinkel, elleridder.
Ellemaat, het meten met de el; maat van eene el lang of waarop eene el is afgeteekend.
Wegens het Recht van de Reep- en Elle-Maat zullen de Linnenmeetsters enz.,   Keuren v. Haerlem 1, 69 a [1750].
Peilplanken …, waarop de zomer- en boezempeilen op zijne juiste hoogte zijn geplaatst, met eene verdeeling volgens ellemaat,   KROOK, Molenb. 119 [1851].
Ellemaker.
Dat … de Wit-werckers …, Staef-makers, Getou-makers, Schaef-makers en Elle-makers, mede begrepen sullen sijn onder 't Huys-timmermans Gilde,   Handv. v. Amst. 1285 a [1614].
Ellenlang, zeer lang.
(Een) ellenlang berijmd vertoog,   ESSER, Licht en Sch. 93 [1874].
Ellewaar, waar die bij de el wordt verkocht, manufacturen.
Ellewinkel, manufactuurwinkel. Thans minder gewoon.
Elpond, vroegere naam voor eene eenheid van kracht: kilogrammeter.
Elshoogte, ter hoogte ven eene al.
Het schier elshoogte opgeschoten graan,   POTGIETER 2, 219 [1843].

Aanvulling bij ELI

Samenst. Ellestok, maatstok om stoffen e.d. bij de el uit te meten.
  V. DALE [1914 ].
— Buxushout of Palmhout is niet afkomstig van een palm doch van een loofhoutsoort, nl. van de Buxus sempervirens L. …. Het hout wordt ook veel gebruikt voor de vervaardiging van duimstokken en ellestokken,   Bouwk. Encyclop. 1, 277 b [1954].
In een zegsw.
Zo mager als een ellestok, zeer mager,   V. DALE [1914 ].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1917.