Koppelingen:
Vorig artikel: EMPÊCHEMENT Volgend artikel: EMPHATISCH
Etymologie: EWN

EMPHASE

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: emfase

EMPHASIS —, znw. vr., g. mv. Uit fr. emphase (1543, 1588 in de pejoratieve bet. genoemd in de bet. 2); zoo ook eng. emphase (1882). In den nevenvorm emphasis ontleend uit het lat.; zoo ook eng. emphasis (1613 in de bet. 1).
1.  De luide(re) en/of nadrukkelijk gearticuleerde uitspraak van een woord(deel) of phrase als expressiemiddel ter onderstreping van het belang van het beklemtoonde of ter uitdrukking dat meer wordt bedoeld dan de gebruikelijke woordbeteekenis; klemtoon, accent.
  KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
  V. DALE [1872 ].
— Observeert … Dat men by alle woorden geen Epitheta moet voegen: maar dat men het wel dikmaals mag doen, hier van hangt af de Emphasis ofte Nadruk. Die sijn deugd aan bequame en penetrante Epitoeta moet wijten,   C. BONTEKOE, Werken 2, 207 [1689].
De emfasis of nadruk maakt alle sylben, waarop die valt, 't zij by wege van tegenstelling of anders, lang,   BILD., N. Versch. 1, 107 [1824].
De strenge gebondenheid van den vorm …, de rhythmus …, waarvan men niet afwijken mag, en die naauwkeurig bepaalt, welke vlugt of emphase de voordragt mag nemen; dit alles drukt, zelfs op eene middelmatige opera-voorstelling, reeds zulk een krachtigen stempel van zelfstandigheid …, dat een tooneelspel daarbij altijd achterstaat,   ROOBOL, Tooneelsp. 310 [1858].
Men leze deze stijve trocheeën eens hardop, met emphasis, en vergelijke dan met Shelley, Poe, Rossetti,   VESTDIJK, Lier en Lancet 26 [1932].
2.  Nadrukkelijkheid van een mededeeling in woord of geschrift, bewerkstelligd door taalexpressieve middelen of (overdreven) gevoelsnadruk.
Bij het beoordeelen is het uiterst moeielijk om, wanneer men geprikkeld wordt door de met veel emphase geuite meening van hen, van wie men … voelt, dat zij … partijdig … redeneeren, binnen de juiste grenzen van de kritiek te blijven,   Gids 1875, 2, 341.
Gen. Deykerhoff verkondigt niet zonder emphase ”als zijne overtuiging”, dat de gang van zaken in Atjèh ”grootendeels beheerscht wordt door den worstelstrijd … der twee groote staatsmachten”,   SNOUCK HURGRONJE, Ambt. Adv. 199 [1896].
Met verbeten woede — zo vermeldt de schrijver van het ”Vita sancti Adalberti secunda” niet zonder emphase — … stoven zij over de hogere duingrond,   Tien e. Egmond 56 [1950].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.