Koppelingen:
Vorig artikel: EXBOERSEEREN Volgend artikel: EXCAVATIE

EXCAVATEUR

Woordsoort: znw.(m.)

Modern lemma: excavateur

znw. m., mv. -s. Uit fr. excavateur (1843). Vgl. ook eng. excavator (1843), du. exkavator.
Machine voor graafwerk of transport van materieel als zand e.d., toegerust met emmers of bakken die worden voortbewogen door een ronddraaiend ketting- of kabelsysteem en veelal verplaatsbaar op rails of rupsbanden.
  V. DALE [1914 ].  Mijnbouwk. Nomencl. 55 b [1949].
— De sluisput zou gedeeltelijk met behulp van excavateurs worden ontgraven, gedeeltelijk worden uitgebaggerd, en zou tot 3,30 M. ÷ N.A.P. worden afgemalen,   WORTMAN en V.D. BROEK, Noordzeekan. 96 [1909].
De machines, waarmede het graafwerk wordt verricht, worden met de Fransche benaming van excavateurs aangeduid, in tegenstelling der baggermachines, die dragueurs worden genoemd,   V.D. KLOES, Bouwm. 1, 133 [1923].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.