Koppelingen:
Vorig artikel: FASCIA Volgend artikel: FASCICULAIR

FASCIATIE

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: fasciatie

znw. vr., mv. -s. Fr. fasciation (1829, Petit Robert [1993]), eng. fasciation (1881 in de hier geldende bet.).
(Plantk.) Verbreeding en afplatting van plantenstengels als afwijking bij den groei; bandvorming; ook: plant of stengel die deze afwijking vertoont.
Onder fasciaties verstaan wij bandvormig verbreede takken en stammen,   Handb. Koffiecult. 1, 120 [1931].
  BACKER, Taxon. Voc. [1949].
  V. DALE [1976].
— Dat wij eene fasciatie niet als eene veelheid moeten beschouwen, zooals Linnaeus wilde, maar als eene eenheid, als het resultaat van eene atavistische, abnormale, dichotome vertakking van een enkelen knop,   Natuurk. Voordr. N.R. 11, 117 [1933].
Een aantal zaailingen, dat het eerste jaar geen fasciatie vertoonde, (gaf) na vermeerdering door knollen de volgende jaren wel fasciatie,   WELLENSIEK, Plantenvered. 297 [1943].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.