Koppelingen:
Vorig artikel: IMPERIALISTISCH Volgend artikel: IMPERMEABEL
Etymologie: EWN

IMPERIUM

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: imperium

znw. onz., mv. -s, imperia (?). Uit lat. imperium; zoo ook du. imperium (16de e.), eng. imperium (1651). In de bet. 2) `wereldmacht' mog. o.i.v. eng. empire.
1.  (Hist.) Opperbevel, opperheerschappij, inz. in het Romeinsche Rijk.
  KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
  V. DALE [1872 ].
Imperium was bij de Romeinen het hoogste gezag,   WINKLER PRINS, Encyclop. [1876].
+2.  Keizerrijk; bij uitbr. wereldrijk, wereldmacht.
  KRAMERS, Kunstwdt. [1847].
  V. DALE [1872 ].
— In de jaren 1870-'85 (kwam) de gedachte op, dat de band tusschen moederland (het Britsche rijk) en (blanke) overzeesche gebieden veeleer nauwer moest worden toegehaald, zoodat men terecht zou kunnen spreken van een ”Empire”, een ”imperium”,   ROMEIN, Machten v.d. T. 12 [1932].
Het vroegere Britse, Nederlandse imperium,   V. DALE [1976].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.