Koppelingen:
Vorig artikel: IRRELEVANTIE Volgend artikel: IRRELIGIEUS

IRRELIGIE

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: irreligie

znw. vr., g. mv. Fr. irréligion (1527), eng. irreligion (1598). Bij ons ontleend, maar onzeker aan welke taal, ofwel in het ndl. gevormd bij religie met in- (V), onder invloed van irreligieus. In de aanh. ook steeds in tegenst. met religie.
Niet godsdienstige levenshouding; het niet godsdienstig zijn.
Betoogd werd, dat … een oneschatologische religie ontaardt tot irreligie, dat zij zonder heilsboodschap in en aan de wereld tot onheiligheid moet overslaan,   POLAK in Soc. Leven 1012 [1955].
De intellectueel, die aarzelend staat in het niemandsland tussen religie en irreligie,   KRAEMER, Godsdienstcrisis 31 [1959].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.