Koppelingen:
Vorig artikel: LABIEL Volgend artikel: LABIODENTAAL

LABILITEIT

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: labiliteit

znw. vr., g. mv. Van labiel met -iteit of ontleend maar onzeker uit welke taal, fr. labilité (1527), eng. lability (1554), du. labilität (20ste e.).
Het labiel zijn; onevenwichtigheid.
  V. DALE [1950 ].
— Veel arbeiders menen … dat zij niet in een redelijke en rechtvaardige situatie zijn geplaatst. Daarmee kan de opmerkelijke labiliteit worden verklaard, die kenmerkend is voor de arbeidsverhoudingen in de havens,   TER HOEVEN, Havenarb. 354 [1963].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.