Koppelingen:
Vorig artikel: NECROPOOL Volgend artikel: NECROSIS
Etymologie: EWA

NECROSE

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: necrose

znw. vr., g. mv. Uit gr. νκρωσι `het afsterven' met aanpassing van het suffix; zoo ook fr. nécrose (1695), du. nekrose.
(Geneesk.) Necrosis.
  V. DALE [1914 ].
— De necrose kan zich uitbreiden en zelfs een geheele phalanx doen afsterven,   A. GANS, Neurologie 387 [1934].
Maandagochtend bleek, dat het armpje reeds vanaf Zaterdag was afgebonden door het slordige verband. Dat noemen ze necrose; daarmee sterven nu het handje en een stukje van de voorarm af,   ROOTHAERT, Vlimmen 493 [1936].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 2001.