Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AANBRALLEN Volgend artikel: AANBRANDSEL
GTB Woordenboeken: MNW

AANBRANDEN

Woordsoort: ww.(intr.,trans.,zw.)

Modern lemma: aanbranden

onz. en bedr. zw. ww., met zijn en hebben: brandde aan, is en heeft aangebrand. Uit Branden en het bijw. Aan in verschillende opvattingen.
+I.  Onzijdig, met zijn en hebben.
+II.  Bedrijvend, met hebben.
Afl. Aanbranding, aanbrandsel.

Supplement bij AANBRANDEN

+I.  Onz. — 1, a). Oude plaats, met toespeling op het gebruik onder b.
Ick was nu al mee half op hollen somtijdts, en liet de grutten aenbranden (want ick voer voor Cock),   MEERMAN, Com. Vet. 37 [1612].
+II.  Bedr. — 1, b) Het bestaan van dit gebruik schijnt twijfelachtig.
Afl. Aanbranding, branding, verouderd (”Vernamen zoodanige harde stortingen en aanbrandingen van de N. W. zeeën tegen het strand …, dat” enz., V. RIEBEECK, Dagverh. 1, 39 [1652]; zie ook V. RIEBEECK, Dagverh. 2, 559 [1658]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1864.