Koppelingen:
Vorig artikel: AANDIEPEN I Volgend artikel: AANDIJK

AANDIEPENII

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: aandiepen

bedr. en onz. zw. ww., met hebben en zijn: diepte aan, heeft en is aangediept. Van Diep en het bijw. Aan in verschillende opvattingen.
+I.  Bedr. Aan in den zin van aanvulling van het ontbrekende (34, f). Hulpw. hebben. Iets dieper maken en zoodoende op de vereischte diepte brengen.
De put, de gracht moet aangediept worden.   poëem WNT
+II.  Onz. Aan in den zin van toeneming (34, j). Hulpw. zijn. Van de zee of andere wateren, inzonderheid van vaarwaters. Dieper worden, toenemen in diepte.
De rivier diepte zoo aan, dat er aan het doorwaden niet meer te denken viel. Dat vaarwater is in de laatste jaren aanmerkelijk aangediept.   poëem WNT
Afl. Aandieping.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1864.