Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AANDRANG Volgend artikel: AANDREIGEN
GTB Woordenboeken: MNW

AANDRAVEN

Woordsoort: ww.(intr.,zw.)

Modern lemma: aandraven

onz. zw. ww., met zijn en hebben: draafde aan, is en heeft aangedraafd. Uit Draven en het bijw. Aan in verschillende opvattingen. Hd. antraben.
1.  Aan in den zin van nadering (34, g). Hulpw. zijn. Dravend naderen, in den draf aansnellen; eigenlijk van paarden en ruiters, bij uitbreiding ook van voetgangers gezegd.
Welke ruiters komen daar aandraven? De arme jongen kwam hijgend aandraven (ofaangedraafd).   poëem WNT
2.  Aan in den zin van voortgang of toeneming (34, j). Hulpw. hebben. Hard, snel draven; bijna uitsluitend van paarden en ruiters gezegd.
Laat ons wat aandraven, anders komen wij te laat. Zijt gij daar al terug? Ja, Bruintje heeft fiks aangedraafd.   poëem WNT

Supplement bij AANDRAVEN

1. 
't Aendravende gewelt der ruitren,   VONDEL 8, 615 [1660].
Het heugd my … Dat T. … Uit Griekenland op een gallop, By ons te Sydon aan kwam draven,   V. FOCQENBROCH 1, 127 [± 1670].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1864.