Koppelingen:
Supplement
Aanvulling
Vorig artikel: AANDRIFT Volgend artikel: AANDRIJVER
GTB Woordenboeken: MNW

AANDRIJVEN

Woordsoort: ww.(intr.,trans.,st.)

Modern lemma: aandrijven

onz. en bedr. st. ww. der 5de kl., met zijn en hebben: dreef aan, dreven aan, is en heeft aangedreven. Uit Drijven en het bijw. Aan in verschillende opvattingen. Hd. antreiben.
+I.  Onzijdig.
+II.  Bedrijvend.
Afl. Aandrift, aandrijver, aandrijving.

Supplement bij AANDRIJVEN

I.  Onz. — 1) Op een stroobos—, een stroowisch komen aandrijven (zie ook Dl. XVI, 121 en 192).
2.  Van een stroom of golf en vervolgens ook wel van andere zaken: aanzetten, aanvloeien. Niet gewoon.
Den snellen loop van een silver fonteyn, Die van den heuvel comt langhs een dal aenghedreven,   DE HARDUYN, Roose-mond 73 [1613].
Maer zoo 'y weer duynwaerts in zijn kudde dreef, en zang, … Zoo quam een waterbaer daer pruyzend' aengedreven,   COSTER 92 [1615].
De Lente … brenght kruyd, end bloemkens voort …, De Herfst komt met sijn fruyt, end wijnen aan-gedreven,   HOFFERUS 14 [1635].
+II.  Bedr. — 1, a) Lees: met levende wezens of bespannen voertuigen als voorwerp.
Doe gincse de muylen aendrijven, Sy … dede den tredt verstijven Vanden beesten, die sy mende,   COORNHERT, Odyss. 1, 41 a [1561].
De bracken op het veldt van jagers aen-gedreven, Die lopen door het wout,   CATS 2, 565 b [1658].
Als hy segenrijck aendreef den oorlooghswagen,   VONDEL 2, 247 [1625].
Samenst. afl. Vloeraandrijver (ZWIERS [1917]).
Samenst. Aandrijfgewicht (Spoorwegtechn. 2, 225)
aandrijfmotor (Spoorwegtechn. 3, 473)
aandrijfnok (Spoorwegtechn. 2, 97).

Aanvulling bij AANDRIJVEN

Samenst. Aandrijfrad.
Aandrijfrad, vastgeklonken aan het stuurrad (het betreft een onderdeel v.e. Friesche klok),   HANA, Friese Klokken 20 [1964].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1864.