Koppelingen:
Vorig artikel: AANEENBINDEN Volgend artikel: AANEENBOEIEN

AANEENBLIJVEN

Woordsoort: ww.(intr.,st.)

Modern lemma: aaneenblijven

onz. st. ww. der 5de kl., met zijn: bleef aaneen, bleven aaneen, is aaneengebleven. Uit Aaneen in de beide opvattingen, als verbinding en als aansluiting (1 en 2, a), en Blijven in den zin van voortgaan in zekeren toestand te zijn.
Van twee of meer dingen. Voortgaan aaneen te zijn.
Maak dat niet los, het moet aaneenblijven. Uwe lijm deugt niet; de stukken zitten nu wel aaneen, maar zullen niet lang aaneenblijven.   poëem WNT
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1864.