Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AANGEZIEN II Volgend artikel: AANGIEREN II

AANGIERENI

Woordsoort: ww.(intr.,zw.)

Modern lemma: aangieren

onz. zw. ww., met zijn: gierde aan, is aangegierd. Uit Gieren, zich zijdelings bewegen, en het bijw. Aan in den zin van nadering (34, g).
Van de richting waarin men zich bewoog afwijken, en zóó in eene schuinsche richting naderen; met een draai of zwenking aankomen.
Cesar zelf gierde met de overige schepen op Sardinië aan,   V. LIMB. BROUWER, Cesar 4, 184 .
Den ruiter, die … juist in tijds… kwam aangieren, en den teugel greep van het hollende dier,   V. LENNEP, Rom. 7, 232 [1850].

Supplement bij AANGIERENI


Omtrent die (t.w. de schepen) na en van Malacca te interdiceren het aangieren op Java's Oostcust,   N.-I. Plakaatb. 3, 535 [1704]
 (zie ook N.-I. Plakaatb. 3, 178 [1686]).
Vasco Gama raakte ondertusschen boven de Kaap, gierde op Iofala aan, daar hy wel ontfangen wiert,   VALENTIJN, O.-I. I, 1, 93 b [1724].
Wie denkt gy, dat hier deezen avond, onder het faveur van regen en jagtsneeuw, is komen aangieren?   WOLFF en DEKEN, Leev. 7, 157 [1785].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1864.