Koppelingen:
Supplement
Vorig artikel: AANPENNEN II Volgend artikel: AANPEUREN

AANPERSEN

Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)

Modern lemma: aanpersen

voorheen ook AANPARSEN, bedr. en onz. zw. ww., met hebben en zijn: perste aan, heeft en is aangeperst. Uit Persen en het bijw. Aan in verschillende opvattingen. Verg. AANPRESSEN. Hd. anpressen. Thans weinig meer in gebruik, dan alleen in de bet. bedr. 1).
+I.  Bedr. Aan in den zin van voortgang of toeneming (34, j). Hulpw. hebben.
II.  Onz. Aan in den zin van richting naar het doel (34, h). Hulpw. zijn. Met sterken aandrang op een bepaald punt afgaan, met kracht of in menigte voorwaarts dringen.
Ziende zich aan vier hoeken bezet, en de burghers vast aanparssen,   HOOFT, N.H. 504 [1642].

Supplement bij AANPERSEN

— I) Bedr.
2. 
Zy persten Hun dolle hengsten aen,   VONDEL 8, 615 [1660].
Door honger aangeperst,   IMMERZEEL, Hugo v. 't W. 80 [1813].
3.  Figuurlijk, met een zaak als voorwerp. Aan aandringenden druk onderwerpen.
Wie houd een stroom, wanneer zyn toomeloos geweld Den dyk breekt, aangeperst door bulderende stormen?   V. EFFEN, Spect. 4, 13 [1732].
II.  Onz.
De botteloef brack mede stucken met een nieu cabeltouw dat wy op het ijs hadden vast ghemaeckt, deurt gheweldich aen parssen vant ijs,   O.-I. e. W.-I. Voyag. 1, 30 b [1598].
Een snelle wint … Die perst geduerig aen. Daer swapt het schuytjen om,   CATS 1, 297 a [1625].
Afl. Aanpers, aandrang (”De Ioden …, De welcke door aen-pars, en heftigheydts aenstaen, U eyschten datter straf aen hem moght zijn gedaen”, RODENBURGH, Ecce Homo 15 [1639]; ”Voor zyn' drang En aanpers (die van de zee) zwicht en dam en duin en sluizen”, BOGAERT, Ged. 305 [1723])
aanpersing, hetzelfde (”De aenpersinge ende gewelt van de in-vallende wateren”, Handv. v. Amst. 340 b [1652]; ”Sonder eenige dreygementen, of aanpersingen”, OUDAAN, De Groot, Waarh. d. Chr. Godsd. 183 [1686]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1865.